MEMOIRES VAN EEN CYBORG
• Andries Denturck •
Ik ben een cyborg, een mix van menselijke en cybernetische componenten, maar ben ik een mens of ben ik een robot? Aangezien ik denk, ben ik, maar wat ben ik eigenlijk? Tegen wil en dank ben ik mijn lichaam kwijtgeraakt, maar ben ik tegelijkertijd niet mezelf kwijtgeraakt? Mijn lichaam bestaat enkel nog in mijn herinneringen en wie weet hoe lang het duurt voordat ook zij vervagen en vervangen worden. Daarom schrijf ik deze memoires, de memoires van een cyborg: om de herinnering levend te houden. Als je zo lang geleefd heb als ik - ik ben er 189 - dan herinner je je maar bitter weinig van je leven. Vooral mijn kindertijd is reeds decennialang een groot vraagteken. Herinneringen zijn vluchtig en dan is het nog maar de vraag hoeveel van wat ik me herinner, daadwerkelijk gebeurd is. Ik meen mij te herinneren dat ik als kind geïnteresseerd was in wetenschap en over alles wel een vraag klaar had. Veel van die vragen gingen dan over het gevreesde "broeikaseffect", dat toen al een vergevorderd stadium bereikt had. Na mijn laatste jaar middelbaar besloot ik dan ook chemie te gaan studeren om in al mijn jeugdig enthousiasme de wereld te verbeteren en het broeikaseffect ongedaan te maken.
Ik was echter een paar jaar te laat geboren, want die zomer
nog werd de werking van enkele specifieke nano-partikels
ontdekt. Die zouden dienen als katalysator bij bepaalde
chemische reacties in de lucht, waardoor het broeikaseffect
verleden tijd zou worden. Nano-optimisten:1,
Nanopessimisten: 0. Het oorspronkelijke wantrouwen voor
nanotechnologie verdween als sneeuw voor de zon en maakte
plaats voor een ongebreideld toekomstoptimisme. De mensheid
was haar eigen godheid geworden.
Een jaar later had het mondiale optimisme
plaatsgemaakt voor een mondiale oorlog en de godheid bleek
meer specifiek een oorlogsgod te zijn. Ik had nog maar net
mijn eerste jaar chemie met vrucht beëindigd of ik werd
onder de wapens geroepen. Na een zeer beknopte opleiding
tot kannonnenvoer werd ik meteen naar het front gestuurd om
er, uitgerekend in Genève, slachtoffer te worden van een
nieuw soort zenuwgas. Het gas bestond namelijk uit
nano-partikels die inwerkten op elke receptor van het
centraal zenuwstelsel. Wie getroffen werd, doorstond helse
pijnen, die pas ophielden wanneer het hart het van de
stress begaf. In de liefde en in de oorlog is alles
toegestaan en de verdragen getekend in vredestijd zouden
daar niets aan veranderen.
Die ene aanval betekende
trouwens meteen ook het einde van de oorlog, aangezien de
generaals inzagen dat er niets roemrijk was aan dergelijke
massamoord. Er werden als vanouds een hoop verdragen
getekend en handen geschud en de conventies van Genève
werden nog eens dunnetjes overgedaan.
Maar...
Niet iedereen was gestorven door de blootstelling aan het
zenuwgas. Ik behoorde tot de "happy few" die de gasaanval
wonderwel overleefd hadden, maar nog niet al het leed was
geleden. Ik werd geïnterneerd in een psychiatrische
instelling waar ik jarenlang herstelde van mijn psychische
letsels. Naar verluidt was mijn geval zo uniek dat er zelfs
een speciaal syndroom naar vernoemd is. Dat syndroom heeft
trouwens niet alleen mentale, maar ook fysische gevolgen.
Het zenuwgas veroorzaakt namelijk een vervroegde
degeneratie van het lichaam. Hier kwam de nanotechnologie
in al haar ironie weer om het hoekje kijken. Telkens een
lichaamsdeel het liet afweten, werd het vervangen door een
cybernetische variant, waardoor ik onderhand meer robot dan
mens werd. Aangezien ik continue onder invloed was van
nano-pijnstillers kon ik mij niet verzetten tegen deze
transformatie. Er werd mij trouwens ook nooit iets
gevraagd. Een land dat haar oudstrijders verwaarloost,
verwaarloost haar verleden. Ik werd uiteindelijk een
mascotte van de technologische verwezelijkingen van het
vaderland.
Na een jarenlang verblijf werd ik
uiteindelijk uit de psychiatrische instelling ontslaan en
kon ik mijn oude leven hervatten. Ik bevond mezelf in een
lichaam dat het mijne niet meer was, in een wereld waar ik
totaal van vervreemd was geraakt. Als oudstrijder kreeg ik
een ruim pensioen, maar ik wist niet goed meer wat ik met
mijn leven nog moest aanvangen. Uiteindelijk besloot ik
opnieuw te gaan studeren, ditmaal echter geen chemie, maar
filosofie. Ik had een afkeer gekregen van elke vorm van
wetenschap aangezien ze mij meer kwaad dan goed had gedaan.
Ik weigerde dan ook systematisch elke vorm van nieuwe
technologie aan te leren, zodat ik onder mijn medestudenten
doorging voor een pathetische oude zak.
Die pathetische oude zak werd uiteindelijk wel benoemd tot
professor in de wijsbegeerte en hij was het die de befaamde
nano-profetie opstelde. Ik stelde namelijk dat het niveau
waarop de wetenschapper werkzaam is, omgekeerd evenredig is
tot de verantwoordelijkheid die deze draagt. Deze
verantwoordelijkheid zou voor sommigen een te zware last
zijn en zo zou de mensheid haar eigen ondergang betekenen.
Aanvankelijk werd deze stelling smalend afgedaan. Deze keer
was ik geen pathetische, oude zak meer, maar een
pathetische, archaïsche doemdenker. Uiteindelijk werd mijn
ontslag als professor geëist en kon ik terug naar mijn
vertrouwde instelling gaan. Daar zag ik een groot deel van
mijn oorlogsmakkers terug, aangezien ook zij niet in de
moderne samenleving pasten.
Twee jaar geleden kwam echter aan het licht dat de
partikels die eerder de wereld gered hadden ook een
katalysator waren geweest bij de vorming van de gevreesde
eco-radicalen. Ik kreeg mijn eerherstel, maar de planeet
kreeg dit niet. Op het moment dat ik dit schrijf is de
wereld er dan ook zeer slecht aan toe. Zo slecht zelfs dat
hij de status "Terminaal verziekt" gekregen heeft.
Ondertussen zijn mijn hersenen het enige wat nog herinnert
aan mijn ouders en in tegenstelling tot de rest van mijn
lichaam kunnen zij niet vervangen worden. Men kan nog wel
mijn hersenen bewerken met allerhande nano-chemicaliën,
maar daarvoor heb ik vriendelijk bedankt. Het doek over
mijn bestaan moet ooit eens vallen en de vraag is zelfs of
ik überhaupt nog besta...
Naschrift:
Met dit kortverhaal nam Andries Denturck uit de
Sint-Jozefscollege te Aalst deel aan de essaywedstrijd ter
gelegenheid van het Nano Nu festival, ingericht door het
Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch
Aspectenonderzoek – Samenleving en Technologie.
©
Andries Denturck