DE MAN DIE IN DE TIJD KON REIZEN
• Frank Roger •
Het was de hele dag bloedheet geweest en ik was blij de Lege Zandloper te betreden, in de wetenschap dat me hier prima bier en goed gezelschap wachtten. Ik stelde niet bepaald tot mijn verrassing vast dat mijn vriend Enzo al aanwezig was, nam plaats aan de bar naast hem en vroeg hoe hij het stelde.
“Met mij is alles is in orde,” zei hij,
“maar jij ziet er dorstig uit. Wat dacht je van een
Quintine om dit pijnlijke probleem op te lossen?”
Ik stemde in met zijn strategie en enkele ogenblikken later
bleek mijn dorst een makkelijke prooi voor het
Quintine-offensief.
“Er is echter nog iets dat me dwars zit,” ging
Enzo verder, blijkbaar ontevreden met zijn aanvankelijke
antwoord op mijn vraag. “Zie je, mijn zoontje is nu
zes maanden oud, en ik krijg hem nauwelijks te zien. Ik
vind dat werkelijk verschrikkelijk erg. Hoort een vader
zijn zoon dan niet te zien opgroeien?”
“Absoluut,” antwoordde ik. “Ik zie maar
twee mogelijkheden. Ofwel voed je je zoontje hier op in de
Lege Zandloper, ofwel probeer je af en toe eens thuis te
zijn. Nu weet ik best dat je die tweede optie ondenkbaar
acht, en ik verwacht je zoontje dan ook spoedig hier te
ontmoeten.”
“Je bent heel erg grappig,” mopperde Enzo.
“In ieder geval heb ik de eerste zes maanden van het
leven van mijn zoontje gemist, en dat valt nu eenmaal niet
meer te veranderen.”
“Oh, jawel,” zei de man die rechts van Enzo zat
plots. We keken allebei de vreemdeling aan, wachtend op een
woordje uitleg.
“Als je in de tijd zou kunnen reizen zou je kunnen
terugkeren en iedere minuut van de zes maanden die je hebt
gemist beleven,” zei de man. “En ik weet
waarover ik het heb. Ik ben een van die bevoorrechten die
in de tijd kunnen reizen.”
“Ach zo,” zei Enzo sceptisch. “Kun je dat
bewijzen?”
“Geen probleem,” zei de vreemdeling.
“Betaal nog een rondje van dat bier en ik maak een
kleine trip in de tijd om jullie te overtuigen.”
Enzo betaalde nog een rondje Quintine, we hieven het glas
en namen een slok. We keken allebei de vreemdeling aan, die
zijn glas voor de helft leegdronk en geen woord sprak.
“Wel,” zei Enzo na enkele ogenblikken.
“Ging je geen demonstratie tijdreizen geven?”
“Dat heb ik zopas toch gedaan,” zei de man op
lijzige toon.
“En waarom hebben we dan niets gezien?” vroeg
Enzo.
“Ik ben weggegaan naar een punt in de tijd dat twee
jaar in de toekomst ligt, en kwam dan terug naar hier op
hetzelfde tijdstip vanwaar ik vertrok, wat verklaart waarom
jullie niets zagen. Vanuit jullie oogpunt was ik maar een
fractie van een seconde weg, te kort om te kunnen
geregistreerd worden door jullie ogen. Je moet weten dat ik
het risico niet wilde lopen dat mijn Quintine verschaald
zou raken.”
“Dat is een hoogst redelijk excuus,” gaf Enzo
toe, “maar het ontkracht wel je tijdreisdemonstratie.
Hoe kun je nu verwachten ons te overtuigen als we niets
zien?”
“Het is niet omdat jullie niets merkten dat ik niet
in de tijd gereisd heb,” weerlegde de vreemdeling.
“Als je iets wilt bewijzen zul je ons toch moeten
overtuigen,” stelde ik. “Je mag rustig
theorieën blijven verkondigen, maar je zult ons enkel
kunnen overhalen met onweerlegbare feiten. Toon ons dat je
in de tijd kunt reizen. Geef ons een tastbaar bewijs. Leg
ons uit hoe het tijdreizen in zijn werk gaat. Hoe ga je
heen en weer in de tijd?”
De man zuchtte, dronk zijn glas leeg en zei: “Ik
herlokaliseer mijn coördinaten in het tijdruimtecontinuüm,
kalibreer mijn vectoren in de vier dimensies, stel mijn de-
en hermaterialiseringsparadigma’s in en zo flits ik
heen en weer. Let wel, ik besef best dat dit jullie petje
te boven gaat. En van al dat praten krijg ik dorst. Kunnen
we nog iets drinken? Misschien iets hartigs en donkers, een
biertje dat past bij mijn gemoed?”
Enzo bestelde een rondje Florival en zei, “Denk je
niet dat een tweede demonstratie een goed idee zou
zijn?”
De man nam een flinke slok van het bruine bier en knikte.
“Akkoord.” Hij schudde het hoofd, knipperde een
paar maal en zei: “Wel, ik ben terug. Ditmaal heb ik
een reis naar het verleden gemaakt, en keerde ik terug naar
mijn vertrekpunt. Ik kon me er niet toe brengen iets later
terug te keren, omdat ik wist dat dit heerlijke bruine
brouwsel hier voor me klaar stond.” Hij reikte naar
zijn glas en dronk gulzig.
“Je waardering van onze bieren is inmiddels voldoende
bewezen,” gaf Enzo toe, “maar ik kan helaas
niet hetzelfde zeggen van je vermogen om in de tijd te
reizen.”
De man wierp hem een boze blik toe, en mompelde iets
binnensmonds. Het was onduidelijk of hij geïrriteerd raakte
door onze weigering om zijn bewijsvoering te aanvaarden, of
dat hij alleen maar dronken werd. “Jullie nemen me
niet ernstig,” zei hij met lispelende stem. “En
nochtans vertelde ik jullie de waarheid. Ik heb die twee
trips in de tijd werkelijk gemaakt.” Hij dronk zijn
bier leeg en mepte op de bar.
“Wat kan jullie dan wel overtuigen? Stel dat ik een
reis in de tijd maak en terugkeer naar een punt in de tijd
dat flink wat later ligt dan mijn vertrekpunt. Dan is mijn
bewering bewezen, maar jullie afwezigheid bij mijn
terugkeer zou het allemaal zinloos maken. Of stel dat ik
terugkeer naar een punt in de tijd dat voor mijn
vertrekpunt ligt, dan weten jullie nog niet waarover het
allemaal gaat, omdat we dit gesprek nog niet gevoerd
hebben, en ook in dat geval is de inspanning voor niets
geweest.”
“Dus je geeft toe dat je geen bewijs kunt leveren van
je bijzondere talent?” concludeerde Enzo.
“Wacht even, er is wel degelijk nog een mogelijkheid
die jullie beslist zal overtuigen. Het is mijn laatste
kans. En ook jullie laatste kans. Bekijk me eens goed.
Noteer alle details.”
“Welke details?” vroeg Enzo. “Waar heb je
het over?”
“De details van mijn uiterlijke verschijning,”
legde de man uit. “Mijn gezicht, mijn haar, mijn
hemd, alles. Tracht je te herinneren hoe ik er uit zie, tot
in de kleinste details.”
We bekeken hem grondig en namen nota van ieder aspect van
zijn uiterlijke verschijning.
Uiteindelijk zei de man: “Kijk, ik ga nu naar het
toilet, vanwaar ik enkele reizen in de tijd ga maken, een
behoorlijk groot aantal trips naar het verleden en naar de
toekomst, en als ik terugkom dan zullen jullie beslist
overtuigd zijn. Zorg er wel voor dat er nog een biertje
voor me klaar staat als ik weer opdaag. Tot ziens.”
De man wipte van zijn barkruk en ging naar het toilet.
Enzo vroeg me wat ik ervan dacht, en ik antwoordde dat ik
mijn twijfels had over deze man, wiens belangstelling
voornamelijk leek uit te gaan naar het versieren van gratis
bier. Geen wonder dat hij nu naar het toilet moest. Ik
bestelde voor ons allebei een Kwak, en we hadden nauwelijks
onze discussie van het onderwerp aangevat of de man kwam
alweer terug.
Het was wel degelijk dezelfde man, hoewel hij er anders
uitzag. Hij had nu grijs haar, zijn gezicht zal vol groeven
en rimpels, en zijn hemd was vuil en gekreukt, hier en daar
zelfs gescheurd. Hij klom weer op zijn kruk, wanhopig
speurend naar het biertje dat hem beloofd was. Op
Enzo’s wenk gaf de barman hem een Kwak, en hij dronk
ervan alsof hij in geen jaren nog een biertje had gesmaakt.
Enzo en ik bestudeerden het uiterlijk van de man en
wisselden blikken uit. Was de man een truc aan het
opvoeren? Was dit nu bedoeld als overtuigend bewijs voor
zijn vermogen om in de tijd te reizen? Werden we nu
verondersteld aan te nemen dat hij had rondgezworven in het
grijze verleden en zich ver in de toekomst had gewaagd, om
dan eindelijk terug te keren naar het toilet van de Lege
Zandloper, luttele minuten na zijn punt van vertrek?
“Wel, als jullie nu nog niet overtuigd zijn, dan zijn
jullie het nooit,” zei de man, dronk zijn bier leeg
en verliet de pub.
“Wel, Enzo, wat denk je ervan?” vroeg ik.
“Ik denk dat die man drie prima biertjes heeft gehad
zonder iets te moeten betalen. Wat hij precies heeft
uitgespookt in het toilet weet ik niet, maar als ik nu eens
stel dat hij daar make-up heeft aangebracht op zijn gezicht
en zijn haar grijs heeft gekleurd?”
“En heeft zitten aanmodderen met zijn hemd.”
“Ach ja, zijn hemd. Alsof mensen die lange tijdreizen
ondernemen geen ogenblik vinden om van hemd te veranderen,
zodat ze van hun odyssee terugkeren met vuile lompen. Deze
kerel was een bedrieger, die gebruik maakte van goedkope
trucjes om gratis bier te scoren. We zijn erin
geluisd.”
Op dat moment kwam er nog iemand terug van het toilet en
zei tegen de barman: “Hé, je moet daar eens een
kijkje gaan nemen. Een van de toiletten is verstopt met wat
wel een gigantische massa versteende uitwerpselen
lijkt.”
“Een gigantische massa versteende
uitwerpselen?” riep de barman uit. “Is dit nog
zo’n practical joke van die bedrieger met zijn wel
heel erg slechte smaak?”
“Alsof het feit dat wij zijn bier moesten betalen nog
niet erg genoeg was,” voegde ik er aan toe.
“Er is nog een andere mogelijkheid,” stelde
Enzo. “De man reisde inderdaad in de tijd, hield de
deur van het toilet gesloten, kwam met grote regelmaat
terug om zich te ontlasten tijdens zijn uitvoerige
zwerftochten in de tijd, en kwam uiteindelijk terug naar de
bar om zijn biertje te halen en vertrok toen. Misschien
klopt het allemaal wel.”
“Maar zijn hemd dan?” vroeg ik. “Heb je
daar een verklaring voor?”
Enzo haalde de schouders op. “Ik ga soms ook naar
huis met een gekreukt hemd.”
“Gezien de tijd die je hier doorbrengt zonder van
kleren te veranderen lijkt me dat hoogst
aannemelijk,” gaf ik toe.
“Maar Enzo betaalt tenminste zijn rekening en laat
geen hopen versteende uitwerpselen na in het toilet,”
zei de barman. “Ik weet wel aan welk soort klant ik
de voorkeur geef.”
“Daar drink ik op,” riep Enzo juichend uit en
betaalde nog een rondje. “En als de Lege Zandloper
zijn reputatie eer aandoet, dan zal de volgende man die
hier binnenkomt een onderzoeker in de uitwerpselkunde
blijken te zijn, die maar al te graag onze hoop versteende
smurrie zal willen meenemen, omdat het nu eenmaal
fascinerend bronmateriaal is voor de archeologische studie
die hij aan het schrijven is.”
“En hoe weten we of hij inderdaad de man is op wie we
zitten te wachten?” vroeg ik.
“Hij zal een codewoord uitspreken om zijn identiteit
te onthullen,” zei Enzo gniffelend, duidelijk plezier
scheppend in zijn fantasie.
We draaiden allen het hoofd toen de deur van de pub open
ging, en een man naar binnen kwam, verbaasd om de
afwachtende blikken die hem toegeworpen werden. Hij stootte
zijn knie pijnlijk tegen een stoel en zei:
“Shit.”
© Frank Roger
www.frankroger.be