CONVERGENTIE
• Frank Roger •
Wat een prachtige dag, dacht Sandra. Een blauwe hemel,
een licht briesje, en warm maar niet te heet. Toen ze
naar haar geparkeerde auto stapte met haar aankopen leek
een zonovergoten terras haar te wenken. Ach, waarom ook
niet? Ze dumpte haar zakken in de koffer van haar auto en
snelde terug naar het terras. Ze bestelde een cappuccino
en ging er gemakkelijk bij zitten, genietend van de zon
die haar gezicht streelde en de vredige atmosfeer.
Ze sloot haar ogen voor enkele seconden, opende ze weer
en liet haar blik ronddwalen. Mensen reden af en aan, op
weg naar of van het winkelcentrum. Iedereen leek relaxed
en gelukkig, vele mensen hadden kinderen mee, en hun
schrille kreetjes en gelach vulden de lucht. Sandra nipte
van haar cappuccino en dacht: Ik zou hier voorgoed kunnen
blijven zitten. Waarom weggaan? Dit is perfect!
Het geluid van krijsende banden verbrak de betovering. Ze
fronste het voorhoofd, en zag hoe een rode Mercedes nog
net een aanrijding kon vermijden met een witte Toyota die
van de parkeerplaats wilde wegrijden. De twee chauffeurs
maakten heftige gebaren en gaven elkaar de schuld van het
bijna-ongeluk. Blijkbaar wisten ze het dispuut te
regelen, want de Toyota reed weg en de Mercedes nam zijn
plaats in. Sandra schudde het hoofd. Hoe konden mensen
zich zo gedragen?
Ze wilde haar cappuccino uitdrinken, maar tot haar
verbazing bleek er een cola op de tafel voor haar te
staan. Had iemand haar drankje verwisseld met een cola
zonder dat ze het gemerkt had? Dat leek weinig
waarschijnlijk. Ze keek om zich heen, en merkte dat
iedereen op het terras cola aan het drinken was. Dat was
vreemd. Had die gozer met zijn dreadlocks, die daar zijn
krant zat te lezen, geen biertje gehad? En had ze de ober
enkele minuten geleden geen twee koffies zien brengen
voor dat zwarte koppel? Nu hadden ze ook allemaal een
cola voor zich, en dat leek hen niet te verontrusten. Ze
nam even haar eigen cola beet, als om te controleren of
die wel echt was. Hij was wel degelijk heel echt. Haar
cappuccino was verdwenen. Wat was hier aan de hand?
Ze richtte haar aandacht weer naar de parkeerplaats,
staarde naar de Mercedes die de goede sfeer had
verbroken. Wacht even, was dat geen rood model geweest?
Nu was die wit. Maar auto’s veranderden niet zomaar
van kleur. Was het een andere auto? Hij leek precies op
de rode, behalve de kleur. En niemand parkeerde zijn auto
hier voor een paar seconden. Speelden haar ogen haar
misschien parten? Of had een flauwe grappenmaker hier een
practical joke van enorme proporties opgezet?
Ze bestudeerde de parkeerplaats wat aandachtiger, en
merkte dat er opvallend veel witte en grijze auto’s
stonden. Was dit enkele minuten geleden ook al zo
geweest? Of waren alle auto’s in felle kleuren
weggereden en vervangen door witte en grijze? Dat leek
niet erg waarschijnlijk. Ze bekeek de auto’s
nauwkeuriger. Wat was dat? De blauwe Volvo naast die
Mercedes was plots grijs geworden. Ze had hem niet echt
van kleur zien veranderen, maar het was beslist dezelfde
auto, daar bestond geen twijfel over. Dit kan gewoon
niet, dacht ze. Dit is volslagen onmogelijk. Dit is pure
waanzin.
Zou ze de mensen op het terras moeten zeggen wat ze
ontdekt had? Ze keek om haar heen, merkte dat het zwarte
koppel en de man met de dreadlocks er niet meer waren.
Dat was vreemd, ze had in die paar ogenblikken niemand
zien weggaan. Een man zat zijn krant te lezen waar die
knul met zijn dreadlocks had gezeten. Hij vertoonde
trouwens een frappante gelijkenis met die andere kerel,
of was het zijn vroegere zelf? Het zwarte koppel was
vervangen door een blank, tenzij ook die mensen plots hun
kleur hadden verloren. Hé, was dit een patroon? Was alles
zomaar aan het veranderen, terwijl zij hier zat te
kijken? Eerst de auto’s, en nu de mensen? Werden
sommige kenmerken uitgewist en vervangen door meer
gebruikelijke? Maar dat was belachelijk! Ze schudde het
hoofd, sloot haar ogen voor enkele seconden. Wat was hier
aan de hand? Dit kon geen practical joke zijn. Maar er
moest wel een verklaring voor bestaan. Was ze aan het
hallucineren, was ze gek aan het worden? Had iemand een
bepaalde substantie in haar cappuccino gedaan? Of in haar
cola?
Ze kwam overeind en wandelde rond op de parkeerplaats, in
gedachten bijhoudend waar er rode en blauwe auto’s
geparkeerd stonden. Een zwarte Mercedes, een rode Honda,
een donkerblauwe Audi. Ze lette op kleine details,
noteerde zelfs nummerplaten, zodat ze de auto’s
straks nog zou herkennen. Als hier inderdaad iets vreemds
en onverklaarbaars gebeurde, dan moest ze er absoluut
zeker van zijn voor ze het aan anderen ging vertellen.
Maar bij wie kon ze gaan aankloppen? De mensen op het
terras? Ze kende niemand van hen. De politie? Kon ze dit
krankzinnige verhaal aan de politie vertellen zonder te
worden gek verklaard? Ze kon misschien enkele vriendinnen
bellen, of haar moeder.
Ze wandelde terug naar de plaatsen waar de gekleurde
auto’s hadden gestaan, en merkte dat de Mercedes nu
grijs was. De nummerplaat was nog onveranderd, dus moest
het om dezelfde auto gaan. De Honda bleek nog altijd rood
te zijn, maar de Audi was wit geworden. Wat dit ook was,
het werd erger en het ging snel. Ze moest iets doen.
Plots kreeg ze een idee. Was alles wel in orde met haar
eigen auto? Ze haastte zich terug naar waar ze haar
blauwe Datsun had geparkeerd, maar kon die niet direct
vinden. Er stonden vier witte auto’s van dat type,
maar geen van de nummerplaten kwam overeen met die van
haar. Verdomme! Dit kon niet waar zijn. Ze balde haar
handen tot vuisten en vloekte, boos omdat ze haar eigen
auto niet meer kon herkennen.
Ze probeerde haar sleutel op alle Datsuns die ze
opmerkte, maar zonder succes. Haar auto was verdwenen, of
was op mysterieuze wijze veranderd. Maar waarom was haar
sleutel dan niet mee veranderd? Ze leek de enige te zijn
met een autoprobleem. Alle anderen gedroegen zich zoals
gebruikelijk, zonder enig spoor van bezorgdheid. Wat was
hier verdomme aan de hand?
Ze nam haar telefoon en belde haar moeder, maar die nam
niet op. Misschien was ze weer in slaap gesukkeld, of was
ze haar toestel vergeten meenemen. Haar bejaarde moeder
was nooit gewoon geraakt aan “al die nieuwe
technologie”. Ze belde enkele vriendinnen, maar met
beperkt succes. De enige die ze aan de lijn kreeg was
Lynn, die zoals gebruikelijk non-stop praatte over van
alles, maar ze kreeg geen kans om het probleem aan te
snijden of vragen te stellen. “Ik bel je nog
terug,” zei Lynn, en dat was het. Hier was ze dan,
alleen in een dolgedraaide wereld, zonder haar auto en
haar aankopen, wanhopig zoekend naar een uitweg.
Ze wandelde terug naar het terras en bleef staan toen ze
getroffen werd door een vreemd gevoel. Er was iets niet
normaal aan al die mensen, maar ze kon niet direct zeggen
wat. Ze bestudeerde de mannen en vrouwen die daar zaten,
allen met een cola. Plots daagde het haar. Geen enkele
van deze mensen was in enig opzicht opvallend. Het was
geen typische verzameling mensen die je op een terras of
waar dan ook zou aantreffen. Er waren geen zwarten, geen
types met dreadlocks, niemand met kleurige kleren, niets
dat ook maar in de ruimste betekenis van het woord
“opvallend” was. Deze mensen leken allemaal
opmerkelijk normaal en trokken goed op elkaar. En zij was
de enige persoon hier die blijkbaar verveeld zat met die
situatie.
Het is net zoals met die auto’s die grijs en wit
worden, besefte ze. Ook de mensen werden
“kleurloos”, iedereen werd beroofd van de
kenmerken die hem deden opvallen. Alles en iedereen werd
herleid tot zijn grootste gemene deler. Drankjes werden
cola, rode auto’s wit, dreadlocks veranderden in
een normaal kapsel. Er was sprake van een duidelijk
patroon, ook al was het complete onzin. Zoiets gebeurde
nu eenmaal niet, kon ook niet gebeuren. Maar toch
gebeurde het, en zij zat er middenin. En om een of andere
vreemde reden had het verschijnsel gelukkig geen vat op
haar.
Ik moet terug thuis zien te raken, besloot ze. Per taxi,
met auto-stop, hoe dan ook. Thuis zal ik tot rust kunnen
komen, mijn situatie bekijken en beslissen wat ik eraan
kan doen. Het is zinloos om hier te proberen mijn auto
terug te vinden, of om tegen deze mensen te praten. Ze
zijn eerder een onderdeel van het probleem dan de
oplossing ervan. Ik moet hier weg.
Gelukkig duurde het niet lang voor ze een taxi vond. Het
was een grijze auto, wat haar niet langer verwonderde.
Daar gaf ze nu niet meer om, ze zou al blij zijn als ze
veilig thuis raakte. Terwijl ze onderweg waren vroeg ze
aan de chauffeur:
“Heb je soms toevallig het nieuws gehoord? Is er
niets gebeurd? Iets dat buiten het gebruikelijke
valt?”
De man schudde het hoofd. “Alleen maar de gewone
toestanden. Niets dat me is bijgebleven.” Hij was
niet erg spraakzaam en beperkte zich tot “Ja“
en “Nee” toen ze nog enkele vragen stelde,
dus gaf ze het maar op. Ze staarde wat uit het raampje,
en bestudeerde wat ze zag op straat. Het meeste
bevestigde haar vrees dat de wereld een verschrikkelijke
transformatie aan het doormaken was.
Het waren niet zozeer de auto’s die haar
beangstigden. Toegegeven, er vielen geen gekleurde
auto’s meer te bespeuren in het verkeer,
voornamelijk witte en een enkele grijze. Zou zelfs de
“kleur” grijs verdwijnen uit het straatbeeld,
en wit als enige “overlevende” van het
veelkleurige verleden blijven? Het waren vooral de mannen
en vrouwen die haar met vrees vervulden, een vrees die
veel dieper ging.
Het was niet gewoon zo dat speciale of typische kenmerken
weggefilterd werden. Het proces was al verder gevorderd.
De mensen op het trottoir leken nu allemaal op elkaar,
droegen dezelfde kleren, ontdaan van felle kleuren, en
tot haar ontzetting hadden ze allen uitdrukkingsloze
gezichten. Het meest angstaanjagende was dat iedereen
“hetzelfde” gezicht leek te hebben, het soort
gezicht dat zo “gewoon” was dat het in een
mensenmassa onopgemerkt bleef, dat nauwelijks te
beschrijven viel omdat het zich in geen enkel opzicht
onderscheidde van de rest.
De mensen die ze zag waren niet langer individuen, maar
anonieme elementen van een menigte, en niemand leek
verontrust door de transformatie die zich had voorgedaan
of was er zich zelfs maar van bewust. Iedereen leek best
tevreden en zorgeloos. Er was enkel nog een verschil
tussen mannen en vrouwen. Ze hoopte maar dat dit verschil
niet ook ging verdwijnen. Ze sidderde toen ze dacht aan
wat deze ontstellende evolutie kon hebben veroorzaakt,
wat de gevolgen ervan zouden zijn en hoe het zou aflopen.
Ze vroeg zich ook af waarom zij er niet door aangetast
leek, hoewel ze het waardeerde een uitzondering te zijn.
De weinige agenten die ze zag op straat waren net zoals
de anderen. Ze hadden dezelfde verandering ondergaan, en
leken even anoniem en vaag tevreden als de rest. Het had
duidelijk geen zin om de politie te bellen om hulp.
Ze was opgelucht toen de taxi halt hield voor het
appartementsgebouw waar ze woonde. Ze betaalde de
chauffeur en haastte zich naar het veilige toevluchtsoord
van haar flatje, waar ze direct de TV aanzette. Er
moesten gewoon extra nieuwsbulletins zijn, gewijd aan het
spectaculaire verschijnsel dat anderen ongetwijfeld ook
hadden opgemerkt. CNN had zoals gebruikelijk de aandacht
toegespitst op buitenlandse thema’s, en de
nieuwsberichten onderaan het scherm vermeldden niets
bijzonders. Wat haar het meest trof was het gezicht van
de nieuwslezer, dat in schrikwekkende mate leek op wat zo
alomtegenwoordig was op straat. Betekende dit dat het
verschijnsel al de hele natie had getroffen, of misschien
zelfs de hele wereld? En wat betekende dit voor haar? Was
zij de enige persoon die aan de transformatie was
ontsnapt? En in dat geval, waarom was zij daarvoor
uitgekozen?
Ze schakelde over naar enkele andere stations, maar ook
daar bleken geen extra nieuwsbulletins te zijn. Ze
probeerde een paar buitenlandse TV-zenders, in de hoop
dat het verschijnsel zich nog niet tot in alle uithoeken
van de wereld had verspreid, maar jammer genoeg kon ze
die vreemde talen niet begrijpen, en als er al
programma’s gewijd waren aan deze transformatie,
dan ontging de informatie haar.
Ze bleef maar willekeurig van kanaal veranderen, in de
hoop toevallig op iets te stuiten dat interessant of
informatief kon zijn. Ze zag fragmenten van allerlei
programma’s, films, feuilletons,
muziekvideo’s en reclamespotjes, tot ze plots
middenin een interview belandde dat haar aandacht trok.
Een man met wit haar en een bril, een archetypische
universiteitsprofessor, zei net:
“…het is duidelijk dat hier een kritisch
punt is bereikt, waar individualisering en diversificatie
tot hun eindpunt zijn gevoerd, en de slinger zal
onvermijdelijk terug zwaaien…”
Ze ging rechtop zitten en verhoogde het volume wat, maar
het gezicht van de professor was al vervangen door een
reclamespotje, en toen veranderde ze per ongeluk weer van
kanaal en kwam middenin een western terecht. Ze probeerde
terug te keren naar dat vorige TV-station, maar dat lukte
haar niet. Ofwel was dat programma afgelopen, ofwel kon
ze het station niet meer vinden. Het was trouwens
moeilijk om de verschillende stations van elkaar te
onderscheiden. Alle beelden leken in elkaar over te
lopen, en dezelfde gezichten schenen overal op te duiken.
Was dit alweer een bevestiging van haar theorie, of werd
ze gewoon te moe? Ze keek nog enkele minuten, vond toen
niets meer van belang en schakelde de TV uit.
Ze dacht na over dat ene zinnetje dat haar aandacht had
getrokken. Had het een aanwijzing bevat? Natuurlijk wist
ze niet waaraan dat programma was gewijd, en over welk
onderwerp die man had gesproken. Misschien had hij zitten
uitweiden over iets dat niets te maken had met wat zij
gezien had, en had ze enkel maar het verband gelegd omdat
ze zo wanhopig was om een uitleg te vinden voor de
waanzin die haar wereld overspoelde.
Ze leunde achterover, trachtte zich te concentreren en
hard na te denken. Stel nu even dat die professor
inderdaad commentaar had verstrekt bij het probleem in
kwestie. Als ze dat zinnetje correct had begrepen, zou
dat betekenen dat de mensheid zijn hoogst mogelijke graad
van individualisering had bereikt, en dat de wereld nu de
evolutie terugdraaide in een poging om het evenwicht te
herstellen, door het uitvlakken van alle verschillen om
zo weer tot een “normale” toestand te komen.
Dat was uiteraard een volslagen absurde en bespottelijke
uitleg. Enkel een pseudowetenschapper kon met dergelijke
onzin op de proppen komen. Misschien had ze het zinnetje
dus toch verkeerd begrepen, omdat ze de context niet
kende waarin het was uitgesproken. Voor zover ze wist kon
het een komisch programma geweest zijn, een satirisch
“nieuwsbulletin” of misschien zelfs een
reclamespotje. Aan de andere kant was de werkelijkheid
die ze gezien had even absurd en bespottelijk als de
“uitleg” van die man.
Stel nu even dat de wereld inderdaad trachtte de
“scheefgetrokken” situatie op een erg
kosmische manier te herstellen, door het weefsel van het
heelal zelf te herkneden. Waarom was zij er dan immuun
voor? Was ze minder “individualistisch” dan
de anderen en hoefde ze daarom niet te worden
“aangepast”? Of zou haar beurt nog komen,
werkte dit proces in vlagen eerder dan in één klap?
Ik kan wel een koffie gebruiken, dacht ze, om mijn geest
weer helder te krijgen. In de keuken kon ze geen voorraad
koffie meer vinden, en haar koffiezetautomaat al evenmin.
Er stond wel een enorme voorraad flessen cola, wat ze
nooit kocht. Ze had een hekel aan die frisdrankjes. Hoe
was al dat spul hier gekomen? Ze verliet de keuken met
een vertroebelde geest.
Om haar gedachten beter te kunnen ordenen nam ze een pen
en een notitieboekje en begon haar ideeën en
vaststellingen neer te schrijven. Ze had twee bladzijden
vol gekrabbeld toen ze haar pen neerlegde en naar het
toilet ging. Terwijl ze haar handen waste keek ze in de
spiegel en staarde verbijsterd naar wat ze zag. Was zij
dat in de spiegel? Zo’n kapsel had ze nog nooit
gehad. En dat grijze T-shirt, zoiets had ze nooit
gedragen. Ongetwijfeld was haar hele garderobe
“vergrijsd”. En haar gezicht! Lieve hemel,
wat was er met haar gezicht gebeurd? Was dat niet
hetzelfde gezicht dat ze overal had gezien? Wat was hier
verdomme aan de hand? Hoe kon alles zo veranderen,
terwijl ze diep binnenin zichzelf bleef?
Terwijl ze haar spiegelbeeld bekeek begon het shockeffect
weg te ebben. Dat T-shirt viel eigenlijk nog best mee. En
haar kapsel was ook in orde. Een overweldigende
gemoedsrust vervulde haar, alle gevoelens van vrees en
bezorgdheid verjagend. Ze droogde haar handen, wierp een
laatste blik in de spiegel en keerde terug naar de
woonkamer. Wat had haar zo dwars gezeten, enkele seconden
geleden nog? Ze kon het zich niet meer herinneren, maar
dat was niet zo erg. Als ze het zo snel vergat, kon het
onmogelijk van groot belang geweest zijn.
Ze liep naar de keuken, schonk een groot glas cola uit en
dronk het met enkele slokken leeg. Toen schonk ze het
glas nog eens vol en nam het mee naar de woonkamer.
Op de tafel zag ze een pen en een notitieboekje,
volgeschreven met nauwelijks leesbare woorden. Wat lag
dat hier te doen? Ze greep het notitieboekje, scheurde de
bladzijden gevuld met gekrabbeld handschrift eruit en
wierp ze in de prullenmand. Toen nam ze haar telefoon om
enkele vriendinnen te bellen.
Terwijl ze wachtte tot Lynn opnam nipte ze van haar cola
en keek ze naar buiten. Wat een prachtige dag, dacht ze.
Een grijze hemel, een licht briesje, en warm maar niet te
heet. Alles was perfect, wat kon je nog meer wensen?
Toen hoorde ze de stem van Lynn en al spoedig waren ze in
een fijn gesprek verwikkeld.
© Frank Roger
http://www.frankroger.be