CLOVERFIELD
Much ado about nothing?
Sinds deze week loopt ‘Cloverfield’ in de
zalen, een nieuw project van superproducer J.J. Abrams. Als
geen ander weet hij hoe je een hype moet creëren en hoe je
het publiek warm moet laten lopen voor zijn nieuwste
creatie. Dat velen zich achteraf een beetje bekocht voelen
is blijkbaar geen bezwaar, want de volgende keer tuinen we
er opnieuw massaal in.
Over het verhaal zelf mogen we eigenlijk niet veel
verklappen. De film is op z’n best als je op voorhand
niets weet van wat er gaat gebeuren, om de verrassingen en
de clou niet te verraden. Helaas is dat voor de meeste
bezoekers ijdele hoop. Het volstaat de titels te lezen in
andere media om te weten waar het om draait en dat is toch
wat jammer. Bovendien pleit het niet voor de film dat de
korte inhouden die her en der verschijnen meteen ook de
volledige film dekken: er gebeurt eigenlijk niet al te veel
en het scenario is toch maar een mager beestje.
‘Cloverfield’ laat zien hoe een aantal jonge
New Yorkers een feestje houden dat abrupt onderbroken wordt
door “iets” dat de stad aanvalt. We krijgen te
zien hoe ze het “gevaar” proberen te ontkomen
in het daaropvolgende tumult door middel van een van de
personages die alles registreert met zijn homevideocamera.

Het clevere van de film is dat het een oude genrefilm
opnieuw tot leven wekt op een manier die in dat genre nog
niet toegepast is, wat een origineel resultaat oplevert. De
gebruikte techniek is niet zo verschrikkelijk nieuw
natuurlijk, want het is dezelfde als die van ‘The
Blair Witch Project’. Net als die onverwachte
kaskraker is ook ‘Cloverfield’ de weergave van
een tape die na het gebeuren teruggevonden is en laat zien
wat de filmmakers meemaakten. De overeenkomsten met
‘The Blair Witch Project’ zijn erg frappant:
opnieuw lag een uitgekiende internetcampagne aan de basis
van het succes en opnieuw weten de makers de nadelen van
het extreme vertelstandpunt niet te omzeilen. Cinema is een
visueel medium en als je de helft van de tijd naar
onscherpe en schokkerige beelden moet kijken, heb je nadien
toch een onbehaaglijk gevoel (mensen die snel reisziek
worden zijn overigens gewaarschuwd) Het voordeel van deze
techniek is wel dat je als kijker heel erg meegezogen wordt
met de personages, dat je helemaal ondergedompeld wordt in
de chaos en dat je de spectaculaire beelden nu vanuit een
heel ander camerastandpunt te zien krijgt. Een nadeel is
dat de magie enkel werkt op het moment zelf – eens de
lichten terug aangaan en wanneer je terug de kans hebt om
de dingen op een rijtje te zetten, is de illusie meteen weg
en ben je een beetje onvoldaan.

Het interessante aan het procédé is dat je niet het
alwetende God-de-vader-vertelstandpunt hebt waarbij alles
mooi verklaard wordt aan de kijker. De verwarring over wat
er aan de hand is, is even groot bij de kijker als bij de
personages en dat vergroot de identificatie enorm. Het
nadeel is dat je in het ongewisse blijft over de oorzaak en
de ware toedracht van het gebeuren: veel kijkers die
geconditioneerd zijn door de klassieke Amerikaanse manier
van filmmaken zijn niet gewoon aan open eindes en
onopgeloste vragen. Meteen de reden waarom het op dat vlak
frustrerende ‘Cloverfield’ in sommige zalen op
boegeroep werd onthaald. Ik had hier minder problemen mee
– geen verklaring is beter dan een belachelijke
– maar de makers nemen er toch een risico mee:
‘Cloverfield’ bevindt zich duidelijk op de
limieten van het filmmedium. Om het publiek toch enigszins
tegemoet te komen weten de makers het ik-vertelstandpunt en
het bijhorende gebrek aan informatie handig te doorbreken
met het gebruik van tv-toestellen die live verslaggeving op
CNN tonen. Op die manier leren de personages en dus ook het
publiek iets meer over wat er precies aan de hand is. Een
andere leuke vondst is dat de tape af en toe onderbroken
wordt. Wanneer de camera terug begint op te nemen, krijgen
we eerst een paar flarden te zien van datgene wat er
aanvankelijk op de tape stond: een romantisch dagje uit van
de twee hoofdrolspelers, wat enorm contrasteert met het
inferno waarin ze zich nu bevinden. Voor de rest konden de
onderling inwisselbare personages mij eigenlijk amper iets
schelen. Nog geen 24 uur later kan ik mij zelfs de namen al
niet meer herinneren. De lange introductie op het feestje
waarin we getuige zijn van amoureuze perikelen van enkele
adolescenten is pokkensaai. Ook andere scènes waarin de
overlevenden oeverloos leuteren halen het tempo volledig
uit de film. Best jammer, want de scènes waarin de actie
plots losbarst zijn best van een heel hoog niveau en
blijven hangen. Wanneer het leger ineens opduikt in de
straten en het gevaar bekampt met werkelijk alles wat ze
hebben aan vuurkracht is bepaald indrukwekkend. Ook de
beelden van het hoofd van het Vrijheidsbeeld dat de straten
in gekatapulteerd wordt zijn memorabel. Dit is overigens
ontleend aan de filmposter van ‘Escape From New
York’ en het vormde het basisidee van Abrams bij de
ontwikkeling van het verhaal.

‘Cloverfield’ is dus een poging om met een
overbekend gegeven creatief om te springen en dat gebeurt
naar onze mening iets te weinig. J.J. Abrams heeft trouwens
niet zo ver moeten zoeken voor de invulling van zijn film:
de onverklaarbare actie op de achtergrond die meer vragen
oproept dan ze beantwoordt, het mysterieuze door merg en
been gaande kabaal, verrassingen die in iconische en
memorabele beelden gevat worden… we hebben het
allemaal al eens eerder meegemaakt bij ‘Lost’.
De onbekende regisseur van dienst, Matt Reeves, kwijt zich
behoorlijk van zijn taak en weet het aparte concept van de
film goed in te vullen. Ook de mix van CGI met extreem
schokkerige beelden is zeer goed gelukt en technisch gezien
een sterk staaltje, het zorgt ervoor dat de film minder
goedkoop is dan hij er op het eerste zicht uitziet. Zoals
in zoveel andere recente films – het lijkt wel een
trend – krijgen we naast apocalyptische
oorlogstaferelen ook in deze film zeer sfeervolle beelden
van een verlaten en vernietigde grootstad. Opvallend is dat
men met de voor de hand liggende analogieën met 9/11 niets
aanvangt. Het vertel- en camerastandpunt van de
‘gewone’ New Yorker die getuige is van een
plotse aanval, niet weet wat hem overkomt, in de verte
gebouwen ziet neerstorten en moet wegduiken voor een alles
bedekkende stofwolk, de beelden zijn letterlijke kopieën
van de homevideo’s die we na 9/11 zagen.
De leegte die ‘Cloverfield’ op dit gebied laat
benadrukt dat we in een era zitten met een overheersend
filmconcept van het momentane, de nu-beleving, het
oppervlakkig exploiteren van gevoelens van opwinding en
spektakel zonder verdere omkadering. De film is een
imponerende, nachtmerrieachtige trip zonder meer. De makers
plunderen vrolijk uit de filmgeschiedenis en komen tot een
postmoderne puzzel waarvan de bedoeling onduidelijk is.
Hoewel. Vanuit een cynische visie kunnen we misschien zelfs
stellen dat ‘Cloverfield’ alleen maar één grote
marketingtruc is die via een georkestreerde
‘buzz’ de interesse aanwakkerde om de
bioscoopgangers te verleiden om een ticket te kopen. Een
duidelijk teken aan de wand is dat de opnames nog in het
beginstadium waren toen de eerste teaser vertoond werd in
juli 2007. Nog vreemder: tussen de start van de (absoluut
geheim gehouden) productie en de cinemarelease zat er
minder dan een jaar, wat wel heel erg kort is – de
meeste producties nemen toch twee à drie jaar tijd in
beslag. Alle communicatie werd strak in de hand gehouden om
de anticipation te vergroten. Eens de hype en bijgevolg een
massale ticketverkoop gerealiseerd, lijkt de rest –
de film zelf – bijzaak.

Als onverbeterlijke positivo denken we dat de makers toch
meer ambitie hadden dan enkel een guerilla-achtige
blitzkrieg op de box office te plegen tijdens het
openingsweekend. We zijn ervan overtuigd dat ze er toch
iets speciaals van wilden maken, maar helaas zijn ze daar
niet helemaal in geslaagd. Onze conclusie is dan ook
dubbel: positief is de originele invalshoek in een klassiek
genre, de goede uitvoering en enkele beklijvende beelden.
Negatief is het onevenwichtige tempo in de film, het
oninteressante gekrakeel van de personages en het gevoel
dat de makers niet het maximum uit het idee hebben gehaald.
Gert Van den Berghe
☆☆