INDIANA JONES AND THE KINGDOM OF THE CRYSTAL SKULL
Tadadadaaaaa tadadaaaaa!! Eindelijk is het zover: de film
waar er dit jaar het meest naar uitgekeken werd, draait
momenteel in de zalen. Op voorhand zaten we wel met enkele
vragen: gaat de nieuwe Indiana Jonesfilm niet belachelijk
zijn, is het wel verstandig om een extra deel te breien aan
zo’n succesvolle trilogie, is Harisson Ford niet te
oud voor zo’n actierol? Enzovoort. De eerste
kritieken waren behoorlijk lauw en dat vergrootte nog de
vrees op een miskleun. Maar gelukkig bleek het allemaal
heel goed mee te vallen: ‘Indiana Jones and the
Kingdom of the Crystal Skull’ heeft zeker recht van
bestaan en we bevelen hem zelfs sterk aan. De kans is groot
dat we dit jaar niet meer zo’n geslaagde
entertainende film zullen zien.

We moeten de nostalgici wel waarschuwen. Dit vierde deel
volgt dan wel hetzelfde stramien als de vorige, toch is de
aanpak en de invalshoek radicaal anders. Er zitten immers
19 jaar tussen ‘Last Crusade’ en ‘Crystal
Skull’ en dat heeft zijn consequenties voor de vorm
en de inhoud. Het personage Indiana Jones is mee verouderd
– een terechte keuze – en ook het
Jones-universum is veranderd. Het verhaal speelt zich niet
meer af in de jaren dertig, wel in de jaren vijftig, en de
strijd tegen het absolute kwaad (het nazisme) is nu een
strijd tegen het communisme. Spielberg neemt dan ook zijn
tijd om de kijker mee te nemen naar die nieuwe tijd, en in
de evocatie van die jaren vijftig is hij goed geslaagd. De
wapenwedloop, de communistenjacht, de bijhorende paranoïa
van het pas opgerichte FBI, het republikeinse familieideaal
van de Eisenhouwerjaren, de tegenreactie van ‘rebels
without a cause’, de ontluikende
ontspanningsmogelijkheden van auto’s, motoren en rock
‘n’ roll, het passeert allemaal de revue in
deze film. Ook wat de vorm betreft lieten Spielberg en
Lucas zich inspireren door de films van de jaren vijftig.
Dat de avonturen van Indy nu ook een science fiction-kantje
krijgen is dan ook verre van toeval.

Het verhaal begint met een Russisch commando dat een
geheime hangar van de Amerikaanse regering binnenvalt. Ze
hebben Indiana Jones ontvoerd om hen te leiden naar een
specifieke kist die ze zoeken. Indy kan niet anders dan
meewerken, maar wanneer de Russen onder leiding van Irina
Spalko (rol van Cate Blanchett) met hun buit wegrijden,
weet Indy te ontsnappen en overleeft hij ternauwernood de
fallout van een atoomproef. Een poos later neemt de jonge
Mutt Williams (Shia Lebouf uit Transformers) contact met
hem op. Een collega-archeoloog is namelijk verdwenen nadat
hij een kristallen doodskop gevonden had. Indiana Jones en
Mutt trekken erop uit om hun vriend terug te vinden en
tezelfdertijd het mysterie van het kristallen doodshoofd te
ontsluieren. Op hun tocht komen ze opnieuw de Russen tegen,
want ook zij willen het geheim ontrafelen, omdat ze
vermoeden dat ze er een telepathisch wapen van kunnen
maken. De oplossing ligt in een legendarische verdwenen
stad ergens in het Amazonegebied.

Oppervlakkig bekeken herneemt deze vierde Indiana Jonesfilm
vele elementen uit de vorige episodes. Een vriend die
verdwijnt, dat doet ons denken aan vader Jones (Sean
Connery) in ‘Last Crusade’, de vijand die via
een eeuwenoud mysterie een dominant rijk wil scheppen zit
in zowel ‘Raiders of the Lost Ark’ als
‘Crusade’ en de opeenvolging van raadsels die
dan weer naar een andere locatie en een nieuw raadsel
leiden is ook typisch voor deze franchise. Meer van
hetzelfde zou je dan denken, en dus iedereen content. Maar
voor vele hardnekkige fans is de nieuwe aankleding
blijkbaar een brug te ver. Een onterechte kritiek volgens
ons. Deze film is topentertainment en de vele kritiek die
er nu gespuid wordt, kan je ook op de andere delen
toepassen. Een incoherent verhaal vol tegenstrijdigheden!
Dat klopt, maar dat was bij de vorige ook al het geval. Te
lang gerokken actiescènes in de jungle! Ook juist, maar dat
kan je ook zeggen van bijvoorbeeld de tank-sequentie uit
‘Last Crusade’. Eendimensionele karikaturen!
Valt niet te ontkennen, maar Spielberg zelf geeft toe dat
hij nu de Duitsers uit de eerste delen niet meer zo
ongenuanceerd zou portretteren. Hij doet nu wel hetzelfde
met de communisten, maar de aanpak is nog altijd dezelfde
als die van de eerste films. Flauwe grappen! Wie dit
beweert moet de eerste delen eens herbekijken en toegeven
dat daarin ook niet alles even geslaagd is. Opnieuw
onnodige scènes met allerlei ongedierte! Tja, het blijft
een Indiana Jonesfilm en die heeft het nu eenmaal niet
begrepen op slangen. Dat er geen akelige spinnen,
kakkerlakken en dergelijke meer in de ongure grotten zouden
zijn, dat zou pas een ander soort film zijn. Een
“love interest” die meer in de weg loopt dan
iets anders! Zo erg als in ‘The Temple of Doom’
kan het nooit zijn. Enzovoort.
Spielberg en Lucas hebben geprobeerd om hun actieheld over
te zetten naar het nieuwe millennium in plaats van zomaar
een doorslagje van de eerdere delen te maken. Toen VT4 de
drie films afgelopen weken nog eens programmeerde, viel op
hoe oubollig sommige ensceneringen waren, en sommige
effecten zijn iets te doorzichtig naar de normen van nu
(hoewel ze toen state of the art waren) Een film maken met
de middelen en de beeldtaal van twintig jaar terug, dat zou
pas een anachronisme en zelfs redelijk belachelijk zijn.
Spielberg en Lucas zijn altijd voorlopers geweest in het
gebruik van de nieuwste speciale effecten. Dat ze nu alle
registers opentrekken – en in vergelijking met
vroeger inderdaad geen maat meer houden – is
doodeenvoudig omdat er nu hoegenaamd geen technologische
grenzen meer zijn aan de fantasie. Het geloofwaardig
creëren van een atoomexplosie is bijvoorbeeld zeer geslaagd
en bepaald opwindend. De hallucinante finale is inderdaad
ongezien voor een Indiana Jonesfilm, maar is in het licht
van de rest van de film en de thematiek niet eens zo
vergezocht.

Bovendien slaagt Spielberg er zoals altijd in om de
zwierige actie coherent in beeld te brengen. In de
spektakelcinema van vandaag is dat eerder uitzondering dan
regel en men moet hem daar eerder een compliment voor geven
in plaats van hem af te breken. Hopelijk leren would-be
regisseurs als Michael Bay en co wat van deze degelijke
enscenering. Het valt niet te ontkennen dat ‘The
Kingdom of The Crystal Skull’ van het eerste tot het
laatste shot logisch en overzichtelijk gedecoupeerd en
gemonteerd is. Ik zie niet in wie er op dat gebied nog maar
in de buurt zal komen. In persberichten hadden de makers
aangekondigd om ‘old skool’ actie te brengen en
de CGI enkel te beperken tot waar nodig. Wie de film gezien
heeft zal zien dat dit inderdaad niet klopt en dat er
overdadige CGI aan te pas kwam. Gezien de eerdere
verklaringen kan men zich wel wat bekocht voelen, maar op
zich is het ook geen drama. Dat een Indiana Jonesfilm anno
2008 overvloedig digitale effecten gebruikt is nu ook niet
zo verwonderlijk en helpt de brug te maken met het jonge
publiek dat niet anders gekend heeft dan dit soort films,
in tegenstelling tot de dertigjarige nostalgici die nu zo
afgeven op ‘Crystal Skull’.
Enkele zichzelf clever achtende Vlaamse recensenten gingen
zelfs zover om de makers van plagiaat te beschuldigen.
‘Crystal Skull’ zou qua scenario een doorslag
zijn van het tweeluik ‘De 7 kristallen bollen’
– ‘De Zonnetempel’ uit de
Kuifje-stripreeks. Dat de wereld van Indiana Jones en die
van Kuifje grote overeenkomsten vertonen is inderdaad een
vaststelling, maar dan eerder in toon dan in verhaal. Wie
de strips gelezen heeft en die vergelijkt met de film, moet
toegeven dat het hier om twee totaal andere verhalen gaat.
Trouwens, iedereen die een fantastisch verhaal verzint dat
alle mythen van Latijns-Amerika op een hoopje gooit, gaande
van Roswell en de lijnen van Nazca tot eldoradolegenden en
verdwenen tempels in de Amazone-jungle, is wel gedoemd om
te gelijken op zoveel andere films, strips en
animatiereeksen (The Seven Cities of Gold, iemand?) De
Kuifje-invalshoek is trouwens veel minder sterk in deze
vierde film dan in de vorige. In het karikaturaal
neerzetten van allerlei volkeren zijn zowel ‘Raiders
of the Lost Ark’, ‘Temple of Doom’ en
‘The Last Crusade’ een voortzetting van het
Kuifje-universum. Een bepaalde actiescène in de drukke
straatjes van Caïro uit ‘Raiders’ vertoont
opvallend sterke gelijkenissen met een scène uit ‘De
sigaren van de farao’. Ook de portrettering van
Chinezen en Indiërs in ‘Temple of Doom’ ligt in
het verlengde van hoe Hergé ze al tekende in bijvoorbeeld
‘De Blauwe Lotus’ of ‘Kuifje in
Tibet’. ‘The Kingdom of the Crystal
Skull’ heeft op zijn beurt dan weer meer uitstaans
met de verhalen van Edgar P. Jacobs (Blake & Mortimer)
dan met Kuifje. Maar het is zeker geen toeval dat het net
Spielberg is die de komende jaren met een drietal
Kuifje-films op de proppen zal komen. De Indiana
Jones-franchise lijkt nu definitief afgesloten (tenzij ze
een spin-off op de rails zetten) maar de opvolging is nu al
verzekerd.

We kunnen nog lang blijven doorbomen over dergelijke zaken,
maar het punt is net dat dit bij dit soort films helemaal
niet moet. Indiana Jones is en blijft een film waar je niet
teveel bij moet nadenken maar gewoon moet genieten van het
spektakel en de zwierige actie. Het heeft allemaal niet
zoveel te betekenen, en in die zin is ‘Crystal
Skull’ niet meer of niet minder onzinnig dan de
vorige. Pretentieloos entertainment, spannend en
tezelfdertijd voorspelbaar, oppervlakkig als een strip, vol
met cartooneske personages, maar voor een keer is dat niet
erg. Goed gemaakt, met kennis van zaken, en hij verveelt
geen seconde. ‘Crystal Skull’ is zeker niet zo
uitmuntend als de eerste of de derde, maar dat kon ook
niet. Hij is relatief dan wel ietsje minder, maar zeker nog
steeds de moeite waard. Het publiek laat het alvast niet
aan het hart komen en zakt massaal naar de cinema af.
Terecht. In zijn genre is het wellicht de beste film van
het jaar.
Gert Van den Berghe ***