STANLEY KUBRICK
Wie kent er de befaamde regisseur Stanley Kubrick niet, of
beter gezegd, wie kent er niet een film van deze man?
Stanley was een gevierde regisseur, en wordt beschouwd als
één van de grootste van de twintigste eeuw.
Hij werd geboren op 26/07/1928 in Lying-In hospitaal in
Manhattan, New York City, als het eerste kind van Jacques
Leonard Kubrick en zijn vrouw Gertrude Perveler. Zes jaar
later hadden zijn ouders nog een tweede kind, Barbara. Zijn
familie was van Joodse Oostenrijkse afkomst, en zijn vader
was dokter. Ten tijde van Stanley’s geboorte woonden
zijn ouders in de Bronx. Toen Stanley dertien jaar oud was
kocht zijn vader hem een Graflex camera, en dat werd de
aanleiding voor zijn fascinatie met fotografie. Later was
hij ook geïnteresseerd in jazz, en probeerde zelfs een
korte carrière als drummer.

Hij liep tussen 1941 en 1945 school aan de William Howard
Taft High School. Hij was maar een matige student, en men
liet de hoop op een hogere opleiding maar voor wat het was.
Toch werd hij op school een jaar verkozen als officiële
schoolfotograaf. Hij zocht daarnaast ook banen, en toen hij
afstudeerde had hij een reeks foto’s verkocht aan
‘Look’ magazine in New York City. Stanley had
op zijn twaalfde van zijn vader leren schaak spelen, en hij
voorzag in zijn onderhoud door schaak te spelen voor geld.
Hij werkte verder als freelance fotograaf voor
‘Look’, werd leerling fotograaf in 1946, en
daarna fulltime huisfotograaf. Tijdens die jaren huwde hij
op 29/5/1948 Toba Metz, en ze leefden in Greenwich Village.
Toch kwam de scheiding er al in 1951, en Stanley begon in
het Museum of Modern Art en in de bioscopen van New York
City, filmvertoningen te bekijken. Hij was vooral
geïnspireerd door de complexe, vlotte camerabewegingen van
Max Ophüls, wiens films zijn latere visuele stijl beïnvloed
hebben. Heel wat van zijn foto’s werden gepubliceerd
in het boek ‘Drama and Shadows’ uit 2005.
In 1951 overrede zijn vriend Alex Singer hem om korte
documentaires te draaien voor de ‘March of
Time’, een leverancier van nieuwsberichten voor
bioscopen. Stanley ging er op in, en financierde zelf
‘Day of the Fight’. Hoewel de verdeler dat jaar
failliet ging, verkocht hij de documentaire aan RKO
Pictures voor honderd dollars. Kubrick liet zijn baan voor
wat het was en begon met steun van RKO, een tweede
documentaire, ‘Flying Padre’. Twee jaar later
dan volgde: ‘The Seafarers’, zijn eerste prent
in kleur, een dertig minuten durende promotiefilm voor de
Seafarer’s International Union. Hij moet nog andere
documentaires gedraaid hebben, maar dit zijn de enige drie
waarvan we op de hoogte zijn. Ook was hij voor het Omnibus
tv-programma, second unit director van een episode uit het
leven van Abraham Lincoln.
Met ‘Fear and Desire’ (uit 1953) begon zijn
carrière in langspeelfilms. De prent gaat over een fictieve
oorlog waarin we een team van soldaten achter vijandige
linies volgen. Het kreeg goede kritieken, maar flopte in de
zalen. Tijdens de opnamen ervan flopte zijn huwelijk met
Toba, en hij ontmoette zijn tweede vrouw, de Oostenrijkse
danseres Ruth Sobotka in 1952. Ze woonden in de East
Village van 1952 tot 1955, en verhuisden na hun huwelijk
richting Hollywood. Sobotka maakte een kleine opwachting in
Stanley’s volgende film ‘Killer’s
Kiss’ uit 1954, en fungeerde als art-director voor
‘The Killing’ uit 1956. Deze twee films werden
gefinancierd door zijn familie en vrienden. En met deze
laatste prent kwam via Harris hij in contact met
Metro-Goldwyn-Mayer.

Met de volgende prent ‘Paths of Glory’ uit
1957, gebaseerd op de gelijknamige antioorlogsroman van
Humphrey Cobb uit 1935, bereikte Stanley zijn eerste
commerciële succes, maar ook lof van de critici. Tijdens de
productie ervan maakte hij de jonge Duitse actrice
Christiane Harlan het hof. Hij scheidde van zijn tweede
vrouw in 1957, en huwde Harlan, met wie hij getrouwd bleef
tot aan zijn dood. Van dan af zou Christiane’s broer
Jan Harlan de uitvoerende producer van al zijn films
worden.
Bij zijn terugkeer in de USA werkte hij zes maanden aan de
Marlon Brando film ‘One-Eyed Jacks’, maar
verklaarde later dat Brando hem van de film weggedreven
had, om zelf te regisseren. Daarna werkte hij aan
onafgewerkte scenario’s, tot Kirk Douglas hem
verzocht om de regie van ‘Spartacus’ (1960)
over te nemen van Anthony Mann. Dit verhaal over de opstand
van de Romeinse slaven vestigde hem als bekende regisseur.
Toch waren er geschillen tussen hem en Douglas, zodat
Kubrick nadien zwoer dat hij nooit meer de productie van
een film uit handen zou geven.
In 1962 verhuisde hij naar Engeland om ‘Lolita’
te verfilmen, en bleef daar de rest van zijn leven wonen.
Deze prent, gebaseerd op het boek van Vladimir Nabokov,
ging over een pedofiel van middelbare leeftijd en zijn
twaalf jaar oude stiefdochter. De film had te kampen met
sterke censuur. De reacties erop waren dan ook gemengd.

Zijn volgende prent ‘Dr. Strangelove or: How I
Learned to Stop Worrying and Love the Bomb’ uit 1964
werd een culthit en is ook één van mijn favorieten. Het
verhaal is gebaseerd op de roman ‘Red Alert’
van ex RAF vlieger Peter George. Dit meesterwerk van zwarte
humor speelt zich af tijdens de Koude Oorlog. De op hol
geslagen USAF generaal Jack D. Ripper lanceert een
nucleaire aanval op Rusland. Acteur Peter Sellers speelde
maar liefst drie rollen in deze film.

Stanley spendeerde vijf jaar aan de voorbereiding van zijn
volgende film ‘2001: A Space Odyssey’ uit 1968.
Hij schreef het verhaal samen met sciencefiction schrijver
Arthur C. Clarke, op basis van diens kortverhaal ‘The
Sentinel’. De speciale effecten van de hand van
tovenaar Douglas Trumbull waren grensverleggend en nooit
gezien. Wat ook bijzonder is aan deze prent is het gebruik
van klassieke muziek i.p.v. een originele score. Het
verhaal zal onderhands iedereen wel kennen. Toch begrepen
de meeste mensen na de eerste visie de film niet. Vooral de
sequentie van de sterrenpoort was moeilijk te begrijpen.
Toch pasten de meeste stilaan hun mening aan, en Stanley
werd bejubeld.
Daarna zocht Stanley naar een project dat hij kon
realiseren met een klein budget. Dat werd: ‘A
Clockwork Orange’ uit 1971. Dit is voor mij een
miskleun, een duistere, shockerende verkenning van geweld
in onze samenleving. Het is gebaseerd op de bekende roman
van Anthony Burgess, en beschrijft de lotgevallen van een
teenager hooligan, die zonder scrupules martelt, slaat,
steelt en verkracht. Uiteindelijk krijgt hij psychiatrische
behandelingen om hiervan verlost te worden. Wendy Carlos,
toen bekend als Walter Carlos, paste bekende klassieke
muziek aan voor de Moog synthesizer. Al gauw kreeg Stanley
het aan de stok omwille van het expliciete geweld, kreeg
doodsbedreigingen, en uiteindelijk overhaalde hij Warner
Brothers om de film uit omloop halen.

Zijn volgende film werd een adaptie van William Makepeace
Thackeray’s ‘The Luck of Barry Lyndon’
ofwel ‘Barry Lyndon’ uit 1975. Dit is een roman
over een gokker uit de achttiende eeuw, en de film werd
gedraaid met veel oog voor kostuums en details. De prent
duurde drie uur en werd genomineerd voor zeven Academy
Awards, en won er vier. Stanley speelde ook weer met
lichtinvallen, zoals bvb. voor de scènes met kaarslicht.
In 1980 kwam zijn adaptatie van horrormeester Stephen
King’s roman ‘The Shining’ eraan. Het is
het verhaal van een gefaalde schrijver die een job
aanvaardt als manusje van alles buiten het seizoen in het
Overlook hotel in de Colorado bergen. Hij moet dus de
winter daar doorbrengen. Zijn zoontje Danny is telepathisch
begaafd en heeft visioenen van het verleden en de toekomst.
De auteur, Jack, wordt langzaam gek van het spookhotel en
gaat over in een staat van psychose waarbij hij zijn
familie met een bijl wil uitroeien. Deze verfilming gaf
Kubrick de bijnaam: de perfectionist. Hij eiste namelijk
honderden opnamen van bepaalde scènes. De prent kreeg
negatieve kritieken, maar scoorde goed aan de kassa. King
vondt het maar niks, en werkte later zelf samen met Mick
Garris aan een miniserie ervan.

Zeven jaar later kwam zijn volgende prent eraan:
‘Full Metal Jacket’, een adaptatie van Gustav
Hasford’s roman over de Vietnamoorlog, ‘The
Short-Timers’. De film vangt aan in het
opleidingskamp op Paris Island, waar een meedogenloze
sergeant zijn rekruten tot het uiterste jaagt. De tweede
helft van de film volgt één van de rekruten, die nu
gepromoveerd is tot sergeant en de oorlog in Vietnam
meemaakt. Hij is journalist voor een krant en volgt een
infanterieteam tijdens de gevechten in de stad Hue. Deze
verfilming is visueel heel anders dan de overige
Vietnamfilms ‘Platoon’ ed. De critici ontvingen
hem met gemengde gevoelens, maar het publiek aanvaardde hem
met open armen.
Het duurde meer dan tien jaar vooraleer Stanley op de
proppen kwam met zijn volgende prent, ‘Eyes Wide
Shut’, met Nicole Kidman (foto onder). Het was wel zo
dat er geruchten circuleerden dat hij bezig was met de
voorbereidingen van projecten zoals ‘The Aryan
Papers’, ‘A.I.’ en
‘Napoleon’, maar toch koos Stanley voor
‘Eyes Wide Shut’. De prent is gebaseerd op
Arthur Schnitzler’s novelle
‘Traumnovelle’, en volgt de reis van Dr.
William Harford naar de seksuele onderwereld van New York
City. Vooraf heeft zijn vrouw zijn geloof in haar trouw
kapot geslagen door haar bekentenis dat zij hem bijna
bedrogen had. Hij ervaart daarna dat hij en zijn familie in
gevaar zijn.

Vier dagen na de vertoning van de definitieve versie van
‘Eyes Wide Shut’ stierf Stanley Kubrick in zijn
slaap. Hij werd begraven naast zijn favoriete boom in
Childwickbury Manor, Hertfordshire.
Kubrick schuwde de openbare publiciteit rond zijn figuur.
Men beweerde zelfs dat hij psychische moeilijkheden had,
maar in werkelijkheid was hij gewoon bang om in het
vliegtuig te stappen. Hij koos ervoor om zijn werk in de
nabijheid van zijn familie te doen, ook al betekende dat
afzondering.
Dit artikel schreef ik naar aanleiding van de release van
een aantal films van Stanley Kubrick in een 2-disc special
edition op dvd. U vindt bij de
dvd-besprekingen,
de recensies van ‘2001: A Space Odyssey’,
‘A Clockwork Orange’, ‘The
Shining’, ‘Full Metal Jacket’ en
‘Eyes Wide Shut’.
Patrick Van de Wiele
