Michael Mann’s The Keep (25th Anniversary)

Dit jaar is het immers 25 jaar geleden dat de nu
alom geprezen regisseur Michael Mann zijn
‘The Keep’ op de mensheid losliet.
Destijds flopte de film echter hopeloos omwille van
een te grote cinematografische ambitie van de
regisseur, een overschatting van de openheid van
het publiek en een schandelijke verminking door de
studiobazen tot een compleet incoherente cut van 97
minuten. Bijgevolg werd de film in de vergeetput
gedropt en lijkt niemand in Tinseltown geneigd er
ooit nog iets mee aan te vangen – zelfs Mann
niet, die niet graag aan deze film herinnerd wordt
hoewel hij er toen maar wat trots op was. En dat is
jammer, want wie aanwezig is op een van die
vertoningen die af en toe georganiseerd worden op
evenementen zoals het BIFFF, krijgt een hint van de
monumentale visie die Mann voor ogen had in zijn
oorspronkelijke versie van naar verluidt meer dan
drie uur. Hoewel fans al jaren schreeuwen om een
officiële DVD-release (en liefst dan nog een
Director’s Cut), valt deze roep voorlopig nog
altijd in dovemansoren. ‘The Keep’ is
tot dusver de enige film uit het oeuvre van Michael
Mann die nog niet officieel op DVD is uitgebracht,
en dat is redelijk bizar aangezien zelfs nog
obscuurdere tv-films als ‘The Jericho
Mile’ of ‘LA Takedown’ nu zonder
problemen te verkrijgen zijn. Op de hiernavolgende
pagina’s zullen we proberen een en ander toe
te lichten en wat meer uitleg te geven over deze
zeer hermetische maar tezelfdertijd ook zeer
fascinerende en esthetische filmparel.
‘The Keep’ vertelt het verhaal van een
groep Nazi-soldaten die tijdens WO II een Roemeense
bergpas bezetten en hun intrek nemen in een
mysterieuze burcht. Ondanks de waarschuwing van
enkele locals om uit de burcht te blijven, slaan de
nazi’s toch hun tenten op binnen de muren,
die zodanig geconstrueerd zijn dat ze iets binnen
lijken te houden i.p.v. buiten. Wanneer op schatten
beluste Duitsers de zilveren kruisen van de muren
halen, doorbreken ze een betovering die een
duistere kracht in bedwang hield. Vanaf dan worden
er dag na dag Duitsers vermoord op bizarre wijze.
De officieren hebben niet meteen door dat er een
bovennatuurlijke kracht aan het werk is en denken
dat plaatselijke partizanen de aanslagen plegen. De
legerleiding stuurt een bijkomende divisie
SS’ers naar het dorp om orde op zaken te
stellen. Deze zijn nog veel erger dan hun andere
landgenoten en meteen worden een aantal Roemenen
gefusilleerd om een voorbeeld te stellen. De
duistere entiteit in de burcht neemt echter enkel
in kracht toe en manifesteert zich als Molasar.
Intussen zijn ook een aantal andere personages op
het terrein verschenen: Ian McKellen als Dr. Cuza,
een kreupele expert in Middeleeuwse talen en
lettertekens en Scott Glenn als de mysterieuze
Glaecken Trismegatus, die uiteindelijk Molasar zal
bestrijden en minnaar wordt van Dr. Cuza’s
dochter Eva.
Wie de ingekorte film gezien heeft zal beamen dat
de plot heel complex en moeilijk te volgen is. Op
de keeper beschouwd is er zelfs geen centraal
hoofdpersonage, wat wijst op een zeer afwijkende
narratieve structuur. Bovendien zijn essentiële
subplots die de conflicten en de relaties tussen de
personages verklaren in deze versie gewoon
weggelaten. Het verteltempo ligt immens hoog en de
scènes worden voortdurend op zeer abrupte wijze
afgebroken, sterk conflicterend met de bezwerende
en trage cameravoering en sfeerschepping. Geen
wonder dus dat het publiek massaal wegbleef –
de film kreeg in Europa nauwelijks een fatsoenlijke
cinemarelease – en ook de marketing zat
compleet fout. Laten we even nagaan wat Mann
eigenlijk met deze film voor ogen had.
Michael Mann wou met ‘The Keep’ iets
totaal nieuws proberen. Hij wou experimenteren met
de cinematografische middelen, om de toeschouwer
een andersoortige, meer intense cinema-ervaring te
laten beleven via een doorgedreven samengaan van
beeld en geluid. Om dit ambitieuze doel te
realiseren koos hij voor de verfilming van het
shock horror boek ‘The Keep’ van F.
Paul Wilson. Hierin vond Mann het materiaal waar
hij naar zocht. Naast een experimentele vorm wou
hij op inhoudelijk vlak immers een
filosofische-politieke-religieuze studie maken over
de verleiding van het Kwaad. Hij vulde dit concreet
in door na te gaan hoe het kwam dat de Duitsers
verleid werden door de nazi-ideologie en nadien tot
de grootste misdaden in staat waren. In feite zijn
er op allegorisch niveau twee metaforen in
‘The Keep’ die door elkaar verweven
zijn en iets vertellen over de verleiding van het
kwade en de gevolgen daarvan. Een veelgestelde
vraag bij historici is in welke psychologische
staat het Duitse volk zich bevond om de
Nazi’s te kunnen omarmen. Als antwoord hierop
wordt vaak verwezen naar de vernedering door het
verdrag van Versailles op het einde van WO I (wat
meteen de kiemen legde voor WO II), het corrupte en
niet door de bevolking gedragen Weimarregime en de
economische crisissen van de jaren twintig die voor
een torenhoge inflatie en massawerkloosheid zorgde.
Het Duitse volk zat in een diep dal en dit wordt in
‘The Keep’ vormgegeven door de figuur
van Dr. Cuza, die in het begin een kreupele oude
man in een rolstoel is en alleen bekommerd om het
overleven van zijn nageslacht (zijn dochter) Op een
bepaald moment vertoont Molasar zich op een
‘verleidelijke’ manier aan Dr. Cuza:
Molasar is op dat moment nog niet het donkere
gedrocht zoals op het einde maar een helwitte wolk
die uit de hemel lijkt te komen – zeer
passend begeleid door triomfantelijke, hemelse
koralen uit de synthesizers van Tangerine Dream.
Dr. Cuza raakt helemaal in de ban van deze
verleidelijke figuur die hem terug kracht bezorgt
en belooft hem te zullen bevrijden van de
verantwoordelijken die hem in een rolstoel deden
belanden. Metaforisch gezien staat Dr. Cuza dus
voor het gebroken Duitse volk dat verleid wordt
door Hitler (die later het pure Kwaad zal blijken)
en in de ban geraakt van mooie beloftes en van de
vernietiging van de externe vijanden die
verantwoordelijk geacht worden voor de huidige
situatie.
Daarnaast zien we in ‘The Keep’ ook de
gevolgen van de verleiding door het kwaad in de
figuren van de Duitsers, die elk een aparte fase
van pervertering voorstellen. Op die manier toont
de film ons de vrij unieke tegenstelling tussen
Goede Duitsers en Slechte Duitsers (maar al te vaak
worden in WO II-films alle Duitsers over dezelfde
Slechte kam geschoren) waarin de Nazi’s zelfs
in de slachtofferrol geduwd worden – toch een
opmerkelijk gegeven voor een regisseur die zelf
joods is. Onder de Duitse soldaten maken we kennis
met de humane officier Woermann, gespeeld door
Jürgen Prochnow (die ook aanwezig was op het
BIFFF), de Duitse soldaten die stelen en
verkrachten en tenslotte de ergste van allemaal, de
SS’ers onder leiding van Kaempffer, gespeeld
door een ijzingwekkende en genadeloze Gabriel
Byrne. Ook hier zien we een afspiegeling van
historische evoluties: de euforie van de
aanvankelijke overwinningen, daarna het sluipende
besef bij de enen dat het fascisme geen bevrijding
maar juist het ergste kwaad over de wereld brengt,
en het verdergaande verderf en moreel verval bij de
anderen die verslaafd geraken aan hun dominante
positie, tot in het geesteszieke toe – zoals
in de nadagen van het Nazi-regime in mei 1945
(denken we bijvoorbeeld maar aan de gebeurtenissen
zoals getoond in de film ‘Der
Untergang&rsquo
De figuur Molasar fungeert hierbij als een
weerspiegeling van de kwaadaardigheid van de
Duitsers. Hoe groter hun misdaden, hoe krachtiger
hij wordt. Bij het bekampen van het Kwaad komen we
stilaan ook bij de religieuze dimensie van de film.
Vooral deze component is gesneuveld in de montage,
maar we krijgen toch enkele hints. Er zijn de
religieuze discussies tussen de priester Fonescu en
Dr. Cuza over de aard van het kwaad: God die de
mens de keuze laat versus het goddeloze universum
waarin het kwaad, de condition humaine, in iedere
mens vervat zit. Daarnaast is er de zwijgzame
Glaecken die als een Messias de strijd aangaat met
Molasar. Op het einde worden de twee in een zee van
licht in de muren van de burcht gezogen en is de
afloop ambigu. In de oorspronkelijke versie zou er
nog een uitgebreid gevecht geweest zijn tussen de
twee, waarbij ze helemaal bovenaan de burcht
belanden en tenslotte beiden meegesleurd worden in
een val – een strijd die heel duidelijk
verwijst naar het Hemelse oergevecht tussen de
aartsengel Michael en de Duivel. Dit kunnen we
helaas niet zien maar de foto’s die hiervan
circuleren zijn alleszins veelbelovend.
De inhoudelijke rijkdom van deze prent wordt ook
doorgetrokken in de cinematografie. Omdat de psyche
van nazi-Duitsland inhoudelijk centraal staat
grijpt Michael Mann ook visueel terug naar die
periode uit de filmgeschiedenis waarin de Duitse
film de gebroken staat van het Duitse volk vormgaf,
het Duitse Expressionisme van de jaren ’20
dus. Hij maakt veelvuldig gebruik van rookeffecten
en schaduwen en scherpe visuele contrasten tussen
donker en licht. Bovendien is er in de hele film
werkelijk geen enkele rechte lijn te zien, alle
beeldlijnen zijn schots, scheef en verwrongen.
Daarnaast wou Mann de kijker ook een unieke
audiovisuele beleving bezorgen. Hij baseerde zich
op een definitie van sprookjes, die volgens
kinderpsycholoog Bettelheim “complexe fabels
met een moraal” zijn “voor jong en oud,
en die, in tegenstelling tot mythen – die
gebouwd zijn rond duidelijk herkenbare helden en
vaak tragisch eindigen – universeel,
veralgemenend en zeer moraliserend zijn”. In
die zin is de eindstrijd tussen Goed en Kwaad dus
niet zo vergezocht zoals critici destijds meenden.
Naast een moraliserend sprookje met veel
bovennatuurlijke elementen is de film is opgevat
als één grote surrealistische droom, met weinig
verklaringen, vreemde personages, een aparte
narratieve logica en onwerkelijke effecten zoals
vertraagde beelden op dramatische momenten. De
camera glijdt met de personages mee en de
belichting is bewust onder- en overbelicht. Ook de
vertelstijl is heel afstandelijk en ook dat is een
kenmerk van de Duitse films uit die tijd. Alleen al
de eerste tien minuten van ‘The Keep’
zijn apart en heel bevreemdend. Vanuit een mistig
en bebost berglandschap doemen langzaam enkele
trucks op, die een dorp binnenrijden dat uit een
sprookje lijkt te komen. Deze minutenlange
sequentie is heel rustig opgebouwd, met trage
beeldwissels en monotone muziek prominent op de
voorgrond. De kijker wordt als het ware
gehypnotiseerd om hem/haar mentaal voor te bereiden
op een dromerige trip door een surreëel universum.
De verweving van de ijle en repetitieve muziek van
Tangerine Dream is in ‘The Keep’ zeer
goed geslaagd. Dit aspect valt bij een projectie op
groot scherm met een luide geluidsinstallatie des
te meer op. Beeld en geluid vormen één geheel op
een manier die je maar zelden in de cinema ziet,
een unieke combinatie, een dromerig totaalspektakel
dat verwart maar ook fascineert door zijn enorme
esthetische kwaliteiten. Het is een essentieel
element om de ‘dreamlike qualities’ van
de film te bereiken, waardoor de film veeleer een
allegorisch sprookje voor (cinefiele) volwassenen
wordt dan het door de studio beoogde
fantasy-horrorspektakel voor popcornvreters. Zeker
in die laatste optiek is ‘The Keep’ een
‘tegenvaller’. Er is nauwelijks echte
actie en de horror is serieus beperkt. We zien geen
bloederige close-ups, alleen de restanten van
verkoolde lichamen, die geïnspireerd zijn op
foto’s van dode soldaten in uitgebrande tanks
van WO II. Het is maar een van de vele details in
de vormgeving van ‘The Keep’ die
duidelijk verwijzen naar de achterliggende
thematiek. Een ander voorbeeld hiervan is de
uiteindelijke incarnatie van Molasar, wiens
doodshoofd ook de vorm heeft van een Duitse helm
(voor de liefhebbers: dit was een creatie van de
Franse stripgod Enki Bilal) De enscenering is hier
dus voornamelijk ingegeven door inhoudelijke
motieven in tegenstelling met de loutere
shockeffecten voor een horrorminnend publiek die we
elders zo vaak zien (een ander voorbeeld van deze
twee verschillende visies zijn de twee versies van
de recente prequel op The Exorsist, Paul Schraders
‘Dominion’ en Renny Harlins
‘Exorcist: The Beginning&rsquo
De speciale effecten stellen
echter teleur. Zelfs naar de normen van die
tijd zijn ze niet goed uitgewerkt, maar dat
heeft alles te maken met de dood van de
special effects coördinator (Wally Veevers) in
de postproductie, zodat men maar met moeite en
met veel vertraging de film kon afwerken.
We kunnen dus besluiten dat ‘The Keep’
een productie is die enorm te kampen had met
tegenslagen. De opnames waren heel lastig door
allerlei organisatorische moeilijkheden en ook de
postproductie kwam ernstig in het gedrang door het
overlijden van een belangrijke pion. Na een
desastreuze screening voor een testpubliek besliste
Paramount om de film van drie uur te reduceren tot
97 minuten, tot op heden de enige beschikbare
versie. Hierdoor kunnen we maar een glimp opvangen
van de revolutionaire film die een
(over?)ambitieuze en visionaire regisseur voor ogen
had. Het resultaat is vreselijk verminkt maar dan
nog is datgene dat rest een parel voor het oog en
oor. Dat doet ons alleen maar hunkeren naar een
afgewerkte versie, die niet anders dan een
fantastisch meesterwerk kan zijn. Het wordt tijd
dat deze vergeten film eindelijk de aandacht en de
erkenning krijgt die het verdient.
Gert Van den Berghe
☆☆☆☆
TECHNISCHE FICHE
Regie: Michael MannScenario: Michael Mann
Producer: Gene Kirkwood & Hawk Koch
Editor: Dov Hoenig
Filmografie: Alex Thomson
Speciale Effecten: Wally Veevers
ARTISTIEKE FICHE
Scott GlennGabriel Byrne
Jürgen Prochnow
Ian McKellen
Alberta Watson
e.v.a.