Neil Marshall op de Mad Max-toer met Doomsday
Met de originele weerwolffilm Dog Soldiers, liet de
Britse filmmaker Neil Marshall in 2002 bij menigeen
een verpletterende indruk achter. In de opvolger,
The Descent, liet hij op effectieve wijze zes
vrouwen in een grot ongemeen beklemmende momenten
beleven, onder wie de Nederlandse Saskia Mulder.
Dat hij ook uit een ander vaatje kan tappen,
bewijst hij nu vol overtuiging met Doomsday.
In Doomsday, een postapocalyptisch spektakelstuk in
het kwadraat, wordt Engeland bedreigd door een
levensgevaarlijk virus. Om een remedie daartegen te
vinden, begeeft een elite-eenheid zich in het hol
van de leeuw: het al 25 jaar lang besmette en
daarom door een muur van de buitenwereld afgesloten
Schotland. Daar raken de commando’s,
aangevoerd door de wils- en daadkrachtige Eden
Sinclair (Rhona Mitra), verwikkeld in een
bikkelharde strijd met talloze uitzinnig ogende
woestelingen, geleid door de wrede Sol (Craig
Conway).
Op het 26e
Brussels Internationaal Festival van de
Fantastische Film (BIFFF) spraken we Marshall.
“De lastigste scène was die met dat
konijn.”
Neil Marshall op het 26e
BIFFF.
(Foto: Ton van Rooij)
Weerwolfgehuil in de Schotse
hooglanden
Neil Marshall, geboren op 25 mei 1970 in Newcastle,
maakte enkele korte films vooraleer hij de sprong
naar het lange werk waagde met Dog Soldiers.
Deze film, zich in Schotse hooglanden afspeelt,
maar om belastingtechnische redenen grotendeels in
Luxemburg is opgenomen, verhaalt van enkele
soldaten die tijdens een oefening te kampen krijgen
met weerwolven.
Dog Soldiers werd bekroond met verschillende
prijzen. Zo ging de prent op het BIFFF van 2002 aan
de haal met de Gouden Raaf (grote prijs van het
festival) en de Pegasus (publiekprijs).
Wordt in menige weerwolfprent het
transformatieproces duidelijk zichtbaar en soms tot
in detail in beeld gebracht, zo niet in Dog
Soldiers. Daarbij volgden de makers meer het
procédé van de oude klassieker The Wolfman met Lon
Chaney. Zo krabbelt in Dog Soldiers een achter een
tafel liggende man buiten beeld overeind en komt in
weerwolfgedaante boven het tafelblad uit. Lagen
wellicht budgettaire beperkingen aan deze werkwijze
ten grondslag? “Inderdaad was dat een van de
redenen om het zo te doen”, erkent Marshall.
“De andere reden had te maken met het feit
dat ik een enorme fan ben van An American Werewolf
in London. Maar met het budget dat we hadden wist
ik dat we de transformatiescènes uit die film nooit
zouden kunnen overtreffen. En wat ik pertinent niet
wilde doen, was gebruik maken van CGI [Computer
Generated Imagery, computertrucages]. Ik wilde het
meer doen zoals in een andere favoriete film van
mij, Carry On Screaming. Daarin gaat iemand achter
een stoel tegen de vlakte en komt dan in een iets
andere gedaante daarachter te voorschijn. Daarna
valt hij opnieuw achter die stoel en verandert weer
iets meer. En zo gaat dat maar door, ha ha.
Daarnaar knipoog ik dus een beetje. Dat dit zo goed
wérkte in Dog Soldiers, kwam doordat we de zaken
niet zo serieus benaderden. En dat deden we met
veel plezier.”
De cineast ziet Dog Soldiers dan ook eerder als een
komedie dan als een horrorfilm. “In eerste
instantie had ik echter een onvervalst
angstaanjagende film voor ogen”, ontvouwt
hij. “Sinds Scream zijn er veel horrorfilms
verschenen waarin de makers het genre zelf tot
doelwit gemaakt hadden. Dat heeft een tijdje
gewerkt en was ook interessant, maar na verloop van
tijd kun je niet anders dan weer teruggrijpen op de
roots van het genre. Vandaar ook dat tussen mijn
favoriete horrorfilms niets van de laatste 15 à 20
jaar zit. Ik zie liever werk uit de jaren
’70. Of uit het begin van de jaren ’80,
toen horrorfilms nog rechttoe, rechtaan waren.
Films als Aliens, The Shining, The Texas Chainsaw
Massacre en The Thing van John Carpenter.“
Halfzussen Rebecca (Saskia Mulder, links) en Sam
(MyAnna Buring) banen zich een weg door een nauwe
grotdoorgang in 'The Descent'.
Aan
de slag met zes vrouwen
Nu we het toch over Marshalls filmische favorieten
hebben: voor The Descent, eveneens onderscheiden
met diverse prijzen, putte de Brit inspiratie.uit
een aantal daarvan. En dan met name Deliverance,
Alien en The Shining, zo verklaart hij. Over de
connectie met die films zegt hij: “De link
met Deliverance is natuurlijk zonneklaar, want ook
daarin ging het om een avontuurlijke tocht die
gruwelijk uit de hand loopt. In Alien werd een
leefwereld gecreëerd die compleet nep was, maar die
men zo echt en authentiek mogelijk had laten
lijken. En in The Shining stapten enkele mensen een
al evenzeer gevaarlijke leefwereld binnen.
Elementen uit die films heb ik gecombineerd. Een
andere invloed was de bewogen herinnering aan een
gebeurtenis die zich voordeed toen ik een jaar of
elf was. Een schoolreisje voerde me toen naar een
mijn. Ons werd verteld dat als we eenmaal beneden
waren, we onze fakkels moesten doven. Toen ervoer
ik voor het eerst hoe het is om in het pikdonker te
zitten. Ik zag letterlijk geen hand voor ogen. Het
was gewoonweg surreëel. Dat liet een diepe indruk
bij me achter. Grotten heb ik nog maar zelden
bezocht, omdat ik de sfeer daarbinnen behoorlijk
beangstigend vind. En zo zullen er vast velen met
mij over denken. Dus dacht ik: als ik nu eens een
horrorfilm in een grot zou situeren? Dat zou ideaal
zijn!”
Waarom koos Marshall er eigenlijk voor om de
hoofdpersonen uitsluitend uit vrouwen te laten
bestaan? Lachend: “Nou, dat leek me wel een
aangenaam vooruitzicht! Nee, aanvankelijk zou de
groep uit zowel vrouwen als mannen bestaan. Maar
toen zei mijn zakenpartner: ‘Zeg, waarom maak
je er niet een volledig vrouwelijke groep
van?’ En ja, dat vond ik wel inspirerend. Het
had iets heel eigentijds. Bovendien was het nog
nooit vertoond in een dergelijk soort film. Wel in
films als Fried Green Tomatoes en Steel Magnolias,
maar niet in een horrorfilm. Ik had zoiets van:
‘Hé, dit is iets unieks!’ Dus ben ik
het idee verder gaan ontwikkelen. Het werken met
zes vrouwen had makkelijk op een complete
nachtmerrie kunnen uitlopen, maar juist het
tegendeel gebeurde: het was een waar feest! Ze
stonden alle zes lijnrecht achter mij en de andere
crewleden, stonden elkaar waar nodig terzijde en
waren bijzonder enthousiast over de film. Het was
een genot om met hen samen te werken.” Om er
met een brede grijns aan toe te voegen: “En
bovendien, elke dag aan de slag gaan met zes
bloedmooie meiden ervoer ik niet echt als een
straf!”
Kleurrijk ogende Schotse woestelingen in
'Doomsday'.
Gigantische
onderneming
In Doomsday betuigt Marshall eer aan verschillende
films waarmee hij opgroeide, zoals Mad Max 2: The
Road Warrior, Escape from New York en Battletruck.
Omdat hij nog maar een jaar of tien, elf was toen
die rolprenten in de bioscoop verschenen, zag hij
de meeste pas toen ze op video uitkwamen. “En
mocht ik bepaalde films nog niet zien”,
memoreert Marshall, “dan las ik er wel over.
Ik verslond tijdschriften waarin details en
foto’s over die films stonden. Zo kreeg ik
toch nog een beeld van de daarin geschetste
toekomstwereld. Omdat Escape from New York en The
Road Warrior me het meest hadden geïnspireerd bij
het maken van Doomsday, heb ik twee van de
personages vernoemd naar de regisseurs daarvan,
[John] Carpenter en [George] Miller.”
Marshall levert hiermee zijn verreweg duurste
filmproject af. Marshall: “Dog Soldiers
kostte iets van 4 miljoen dollar, The Descent
ongeveer 6 miljoen dollar en Doomsday 28 miljoen
dollar. Dat is dus aanzienlijk meer dan voorheen,
maar dat was ook nodig, omdat het een vele malen
grotere productie was. We hadden de beschikking
over dit forse budget dankzij Rogue Pictures. Zij
geloofden in de film en waren daarom bereid om alle
kosten te dragen.”
Dat het een gigantische onderneming was om Doomsday
te maken, ervoer de Brit geenszins als een last.
Integendeel zelfs: “Door de omvang en de
logistiek van het geheel was het inderdaad een
ongelooflijke uitdaging om deze film te maken. Maar
daar hou ik wel van. Ik omhels die uitdaging. Waar
het om gaat, is dat je je omringt door mensen die
in staat zijn om het voor elkaar te boksen. Zo was
de crew die we hadden in Zuid-Afrika, waar we 59
van de in totaal 66 dagen gefilmd hebben, werkelijk
grandioos. Daarin was zó veel talent samengebald!
Daarnaast had ik de beschikking over de creatieve
geesten van cameraman Sam McCurdy en decorontwerper
Simon Bowles, die ook aan mijn voorgaande twee
films meegewerkt hebben.”
Ridders
in de toekomst
Een klein gedeelte van Doomsday speelt zich af in
en rond een kasteel in Schotland. In de bossen er
omheen verschijnen zowaar ridders te paard ten
tonele. Velen zouden iemand die met een dergelijk
anachronisme aankomt waarschijnlijk voor gek
verklaren, houd ik Marshall voor. Glimlachend:
“Ja, dat klopt. Maar ik wilde iets nieuws in
een postapocalyptische film stoppen. En als je er
goed over nadenkt is het eigenlijk helemaal niet zo
vreemd. Een groep mensen heeft gewoon handig
gemaakt van de zwaarden en harnassen in het kasteel
– dat voorheen een museum was – om zich
te beschermen. Zou alles zich in de VS, waar geen
kastelen zijn, hebben afgespeeld, dan zou het idee
vergezocht zijn geweest, maar in Schotland niet. En
bovendien: in een door gewapende conflicten
verscheurde wereld is een kasteel de perfecte
schuilplaats!” Overigens is het interieur van
deze vesting van een écht kasteel, meldt de
cineast. “Dat is het Black Ness Castle,
gelegen in de buurt van Edinburgh. De buitenkant
van het kasteel daarentegen was voor ons niet
bruikbaar. Daarom hebben we voor de shots daarvan
elders het kasteel gebouwd dat we voor ogen
hadden.”
Rhona Mitra als Eden Sinclair, aanvoerster van de
elite-eenheid in 'Doomsday'.
Gedoe
met een konijn
In Doomsday is de kolossale scheidingsmuur
uitgerust met een automatisch wapensysteem: op
alles wat in de nabijheid beweegt wordt gevuurd. Zo
wordt met een morbide gevoel voor humor een konijn
dat de muur te dicht nadert aan flarden geschoten.
En al lijkt dit een relatief eenvoudig special
effect, niets blijkt minder waar. “Dat was de
lastigste scène om op te nemen! Die scène moest wel
vier keer overgedaan worden. Ik was daar niet bij,
omdat dit de taak van de second unit was.
Herhaaldelijk pakte deze ploeg de zaken verkeerd
aan of werkten de special effects niet. We hadden
een animatronisch konijn vervaardigd om op te
blazen en elke keer haperde daar wel iets aan. Dus
stonden we erop dat ze er net zo lang mee
doorgingen tot ze het werkend kregen. Maar
uiteindelijk hebben we het toch maar anders
opgelost. We hebben opnamen die ze van een echt
konijn gemaakt hadden – en er wél prima
uitzagen – zodanig met de computer bewerkt
dat het konijn uit elkaar lijkt te ploffen. En wat
we toen terugkregen, waren de beelden waar we al
die tijd op gewacht hadden, ha ha!”
Voor deze scène mag dan de toevlucht genomen zijn
tot CGI, over de hele linie is daar nauwelijks
gebruik van gemaakt. En dat heeft een reden.
“Ik geloof niet in CGI”, zegt de
filmmaker met klem. “Toegegeven, voor
specifieke doeleinden kan CGI heel geschikt zijn,
maar gebruik je het te veel, dan ben je verkeerd
bezig. Ik houd ervan om realiteit op het scherm te
brengen. Ik laat veel liever dingen écht gebeuren
dan dat ik voor de makkelijke weg kies door CGI in
te zetten. Je ziet gewoon dat CGI-beelden niet echt
zijn – en daardoor gaat alle drama
verloren.”
In deze momentopname uit 'Doomsday' wordt Eden
Sinclair (Rhona Mitra) hardhandig ondervraagd door
de despoot Sol (Craig Conway).
Symbolische
credit
In de film wordt de Britse premier uitgebeeld door
Alexander Siddig (alias Siddig El Fadil), vooral
bekend geworden als dr. Julien Bashir in Star Trek:
Deep Space Nine. Dat Siddig nu in een film te
aanschouwen is, mag vrij bijzonder heten, want
daarin zien we hem vrij weinig. Marshall beaamt en
betreurt dat tegelijkertijd. “Hij kan wat mij
betreft niet genoeg op dat gebied doen. Want hij is
werkelijk een formidabel acteur. Ik had hem al in
verschillende producties aan het werk gezien.
Verder kende de hoofdrolspeler uit Dog Soldiers,
Kevin McKidd, hem omdat hij twee keer met hem in
een film had gespeeld: in Kingdom of Heaven en The
Last Legion. Niet alleen is Alexander een
alleraardigste kerel en een fantastisch acteur, ook
heeft hij een ontzagwekkende uitstraling en een
heel markant gezicht. Het was een waar genoegen om
met hem samen te werken. Malcolm McDowell [ook te
zien in Doomsday – red.] is trouwens een oom
van hem, iets waar ik pas tijdens de filmopnamen
achter kwam.”
Hoewel Marshall uitvoerend producent is van The
Descent 2, is zijn betrokkenheid bij dit vervolg
nihil, zo blijkt. “Omdat ik de eerste film
heb gemaakt, hebben ze mij die credit uit zuiver
symbolisch oogpunt gegeven. Maar ik ga er niet aan
meewerken. Ik laat de makers fijn hun eigen gang
gaan.” Wordt hij wel op de hoogte gehouden
over de voortgang van de film? “O, jawel,
hoor. Bovendien zullen de opnamen plaatsvinden op
een steenworp afstand van waar ik woon, dus ik zal
af een toe wel eens een kijkje gaan nemen. Maar ik
zal me er dan niet mee gaan bemoeien. Hij wordt
geregisseerd door Jon Harris, die de eerste film
gemonteerd heeft en is daardoor in goede handen.
Mij heeft hij echt niet nodig. Maar mocht hij mij
tóch om advies vragen, dan ben ik er voor hem. Hij
kan me altijd bellen!”
© Ton van Rooij, 2008
In 'Doomsday' wordt het eliteteam op hun tocht door
Schotland menigmaal geconfronteerd met
gruwelen.