NO COUNTRY FOR OLD MEN
De Coen Brothers keren succesvol terug naar hun roots...De laatste jaren waren de broertjes Joel en Ethan Coen wat uit de aandacht verdwenen. Na een aantal grote successen in de jaren ’90 met ‘Fargo’, ‘The Big Lebowski’ en ‘O Brother, Were Art Thou?’ volgden enkele minder succesvolle films zoals ‘The Man Who Wasn’t There’, ‘Intolerable Cruelty’ en ‘The Ladykillers’. Zeker die laatste twee waren niet echt slecht, maar wel iets te afgelikt, te conventioneel en te commercieel voor hun doen. Het leek wel alsof de twee broers hun ziel verkocht hadden en hun specifieke touch kwijt waren. Na een herbronningsperiode zijn ze nu terug met ‘No Country For Old Men’ en geven ze de critici lik op stuk. ‘No Country’ is terug vintage Coen en een van hun beste films ooit, die gerust naast ‘Blood Simple’ en ‘Fargo’ kan staan.
‘No Country For Old Men’ is een zeer getrouwe
filmadaptatie van de roman van Cormac McCarthy. Het
verhaal speelt zich af in Texas in de buurt van de
Mexicaanse grens en het gaat voornamelijk over drie
personages die elkaar tegenkomen in een kat- en muisspel
rond een koffer met verdwenen drugsgeld. Eerst en vooral
is er de oude sheriff Ed Tom Bell (Tommy Lee Jones) die
denkt aan zijn pensioen en mijmert over de toename van
geweld en misdaad in zijn streek. Ten tweede is er
Llewelyn Moss (Josh Brolin, bekend van onder andere
Planet Terror) die als eerste op de plek komt van een
misgelopen drugstransactie en aan de haal gaat met twee
miljoen dollar. Ten derde is er Anton Chigurh (Javier
Bardem, bekend uit allerlei Spaanse auteursfilms), een
psychopatische killer die het geld probeert terug te
winnen en iedereen op zijn weg neerknalt. Wat volgt is
een soms ingewikkelde thriller, waarbij de Coen Brothers
suspense afwisselen met plotse opstoten van bruut geweld
en bespiegelingen over geweld en het lot.
‘No Country’ is weer zo’n typische
Coen-film die zich niet in vakjes laat stoppen. Het
uitgangspunt is dan wel vrij conventioneel, de rest van
de film lapt alle conventies aan de cowboylaars en
meandert tussen diverse genres. De film combineert
spanning met donkere humor, gevatte dialogen en volgt
grillig zijn eigen logica. Wie een klassiek verhaal met
een klassieke opbouw en klassieke showdown-finale
verwacht, is eraan voor de moeite. Het laatste halfuur
verandert de film abrupt van toon en van vertelstandpunt,
om zachtjes aan beschouwend naar een einde te kabbelen.
Eens te meer krijgen we enkele memorabele personages te
zien, waarbij de geschifte jager-moordenaar Chigurh de
kroon spant. Hij maakt gebruik van het meest onverwachte
wapen uit de filmgeschiedenis (een gepimpt
luchtdrukgeweer) en de ijzingwekkende kalmte waarmee hij
zijn slachtoffers afmaakt is ongezien. Ook zijn
geperverteerde logica en verschijning (dat kapsel!) zal
men niet licht vergeten.
De film is dus geen klassieke confrontatie tussen goed en
kwaad in een moderne westernomgeving. Alle personages
zijn zowel jager als prooi en er is geen logisch verband
tussen daden en uitkomst. Alles ligt in de handen van het
lot en het toeval: de vaak onschuldige slachtoffers van
Chigurh hadden gewoon de pech zijn pad te kruisen en het
enige moment waarop hij bijna geklist lijkt te gaan
worden is gewoon omwille van een stom auto-ongeval dat
met het misdaadverhaal niets te maken heeft. Bovendien
laat hij tot twee keer toe zijn slachtoffers de kans om
hun leven te redden via een simpel kop-of-munt spel. Ook
de andere personages krijgen met het lot te maken: het
toeval wil dat het net Llewelyn is die het geld vindt,
waardoor hij per ongeluk in een ware bendeoorlog en een
spiraal van geweld terecht komt. De manier waarop hij aan
zijn belagers weet te ontkomen is vaak ook veeleer
toevallig of ingegeven door een voorgevoelen. De film
knipt een losse keten van gebeurtenissen aan elkaar
waarin de confrontaties zich afspelen zonder een
uitgestippeld pad, zonder opbouw naar een beslissend
duel. De uitkomst is dan ook onzeker en niet zozeer een
gevolg van de eerdere daden en beslissingen van de
diverse protagonisten. Sommige nevenpersonages zoals
Mexicaanse drugsdealers of een premiejager (Woody
Harrelson) komen en gaan zonder dat je het gevoel krijgt
dat ze iets met het gebeuren te maken hebben of de
uitkomst in een of andere manier beïnvloeden. Het lot
dreef hen naar bepaalde plaatsen en al even toevallig
verdwijnen ze terug van het toneel.
Dit gegeven brengen de Coens in hun typische rauwe stijl
in beeld. Trage montage, lang aangehouden shots,
ongegeneerde close-ups van bloederige verminkingen en een
realistische belichting met veel gebruik van donkere
partijen en scherp afgetekende schaduwen. Het thema van
lot en toeval wordt hier ook vermengd met melancholische
gevoelens over een maatschappij die wegzinkt in geweld en
misdaad, zonder eergevoel of codes. Dit element verklaart
de titel van de film en refereert ook naar de westerns
zoals die van Sam Peckinpah bijvoorbeeld, die een
gelijkaardig thema exploreerde in ‘The Wild
Bunch’. Ook in ‘No Country’ zien we
personages die lijken te verdwijnen in een zeer dominant
westernlandschap. De rust en het vredige leven van
alledag in de woestijn wordt alleen verstoord door
bruuske uitbarstingen van extreem geweld, net zoals dat
bij Peckinpah het geval was. Dit wordt benadrukt door de
zeer minimalistische soundtrack: passages van dialogen en
stilte worden afgewisseld met luide knallen en
geweervuur. De cinematograaf van dienst is ook nu weer
Roger Deakins, die echt prachtige beelden van een
overweldigende natuur geschoten heeft. Daarnaast weet hij
ook het maximum aan suspense te genereren via het gebruik
van schaduwen die onderaan een deur passeren of door het
filmen van dreigende silhouetten in het donker van de
nacht.
Eens te meer hebben de Coen Brothers een film gemaakt die
genreconventies op hun kop zet met een mix van moderne
western, film noir en noodlotsdrama als resultaat. De
meeste Amerikaanse recensenten verkozen ‘No Country
For Old Men’ vorig jaar tot beste film van 2007.
Intussen wist de film twee Golden Globe nominaties te
verzilveren – Javier Bardem als beste acteur in een
bijrol en de Coens voor beste scenario. Ook voor de
komende Oscars is het de te kloppen film met acht
nominaties. Niet dat we zoveel waarde hechten aan
filmprijzen zoals de Oscars (denken we maar aan de
respectievelijk 5 en 7 stuks voor gruwel a la Braveheart
en Shakespeare in Love) maar in dit geval is het toch een
zeer goede indicatie voor de kwaliteit van de film. Nu
ook te bewonderen in de Vlaamse bioscopen, u moest al weg
zijn!
Gert Van den Berghe ☆☆☆☆