JUMPER
De ene superheld na de andere maakt tegenwoordig zijn
opwachting op het bioscoopscherm. Het is dringen voor een
plaatsje in de spotlights, want voor je het weet neemt de
volgende superheld-blockbuster de fakkel al over. Het is
dus haasten geblazen om ‘Jumper’ te zien, want
we vermoeden dat die binnenkort alweer van de affiche
verdwenen zal zijn, en daar zijn verschillende redenen
voor.

In ‘Jumper’ maken we kennis met David Rice, een
adolescente outsider op een middelbare school die ontdekt
dat hij wel over een heel bijzondere gave beschikt. Hij kan
zichzelf en voorwerpen die hij aanraakt teleporteren, zowel
over korte als heel lange afstanden. Het laat hem toe om
zijn weinig benijdbare situatie – nukkige vader,
weggelopen moeder, gepest op school – te ontkomen en
een zorgeloos leven te leiden. Hij verlaat het ouderlijk
huis, wendt zijn gave aan om een bank te beroven en met het
geld daarmee maakt hij grote sier overal op de planeet. Hij
flitst van de ene exclusieve locatie naar de andere
(London, de Sfinx in Egypte, Tokyo) en gaat al eens aan de
haal met een plaatselijke schone. Dit leven is echter een
beetje leeg en David hunkert dan ook om zijn oude liefde
Rachel te betrekken in zijn nieuwe leven. Ze mag echter
niet weten wat zijn geheim is en bovendien is hij nog
altijd even mensenschuw zodat hij haar niet durft
uitvragen. Ineens wordt het ook duidelijk dat hij niet de
enige jumper op de wereldbol is en dat een
schaduworganisatie actief jacht maakt op hen om hen uit te
schakelen. Het zijn religieuze fanatici die vinden dat de
kracht om zich zo te verplaatsen enkel voorbehouden moet
blijven aan God. De jumpers hebben dan wel
teleportatiemogelijkheden, voor de rest zijn ze niet
onkwetsbaar zoals Superman en co, dus moeten ze slim met
hun gave weten om te springen om hun belagers te ontkomen.
Met deze samenvatting hebben we eigenlijk al de helft van
de film verteld. Het is het grootste pijnpunt van de film:
een totaal incoherent verhaal. Ook in het scenario zitten
grote wormgaten en de oorsprong van de jumpers wordt op
geen enkel moment uitgelegd. Waarom een personage dat
uiteindelijk vijandig blijkt bij een eerste ontmoeting de
jumpers nog helpt, is ook al een groot raadsel. Bovendien
kunnen de slechteriken ineens ook gebruik maken van de
teleportatiegaten. Dat zorgt uiteraard voor spanning en
denderende actie, maar het is wel een beetje flauw. Zonder
die ingreep ware de strijd natuurlijk ook zeer ongelijk en
hadden we niet echt een spannende film. Begin maar eens te
lopen achter iemand die met een vingerknip aan de andere
kant van de wereld geraakt.
Als positief punt kunnen we wel stellen dat de film
technisch goed gemaakt is. De integratie van over en weer
flitsende jumpers in een shot is op special effects-gebied
geslaagd en ook de voortdurende overgangen van de meest
uiteenlopende locaties tijdens de actiesequenties geven de
film een apart cachet. De acteurs doen wel hun best maar
zijn weinig memorabel. We herkennen Samuel L. Jackson die
eens te meer en weinig verrassend opdraaft in de rol van
zwarte ‘bad motherfucker’ en voor het overige
herkennen we alleen nog Hayden Christensen uit de Star
War-prequels. Regisseur Doug Liman (The Bourne Identity, Mr
& Ms Smith) heeft vroeger al bewezen kaas gegeten te
hebben van overdonderende actie maar ook hij kan met het
magere scenario geen wonderen verrichten.


‘Jumper’ is dus ideaal voor mensen die na een
vermoeiende werkdag eens rustig willen onderuit zakken met
hersenloos en ambitieloos entertainment. In die optiek valt
de film nog best mee en had het zelfs veel erger gekund. Op
naar de volgende superhero, ‘Iron Man’ eind
april.
Gert Van den Berghe
☆