BEOWULF 3D
Net nu de fusie tussen digitale technieken en live action helemaal voltrokken is – zie alle spektakelfilms van het afgelopen jaar waarbij er geen enkel verschil meer is tussen reële opname en digitale toevoeging – neemt Robert Zemeckis (Back to the Future, Forrest Gump) ons mee naar the next level. Vrij letterlijk zelfs, want zijn digitale versie van de aloude Beowulf-saga maakt de oversteek van 2D naar 3D.
Op zich is een poging om bioscoopbezoekers een driedimensionale kijkervaring mee te geven niet nieuw. In de jaren ’50 was dit procédé een aantal jaren een hype, die echter een stille dood stierf omdat de meeste kijkers er na een aantal keren wel genoeg van hadden – het nieuwe was er al snel af. Bovendien moest men een extra plastieken bril opzetten met een rood en groen glas, waren de beelden al bij al vrij onscherp, zaten de kleuren niet goed enzovoort. Sommige kijkers kloegen na verloop van tijd over hoofdpijn en misschien nog het belangrijkste: de cinematografische kwaliteit van de 3D-films was redelijk bedenkelijk. Het concept slaagde er nooit in te evolueren tot een volwaardige variant van het filmmedium en ontgroeide nooit het statuut van uitgebreide kermisattractie.
In het digitale tijdperk kan men met nieuwe technieken
een groot aantal van de genoemde euvels verhelpen, de
vraag is dan ook of 3D-films nu wel een blijver zullen
worden, of dat de geschiedenis zich herhaalt. Doe geen
moeite om de gehanteerde “Real 3D”-techniek
te begrijpen: men gebruikt nu blijkbaar brillen met
“gepolariseerde” glazen (niet meer gekleurd
dus) en een enkele projector die afwisselend links en
rechts een frame projecteert op een hoge frequentie om
het flikkeren tegen te gaan. Dit gecombineerd met brillen
van betere kwaliteit en hogedefinitiebeelden zorgt voor
een veel kleurrijker, levendiger, scherper en
imponerender resultaat. Daarnaast gebruikt Zemeckis
dezelfde ‘motion capture’ techniek die hij
ontwikkelde voor The Polar Express. Het komt erop neer
dat acteurs in een lege ruimte acteren, waarbij hun
prestatie opgenomen wordt door enkele tientallen
camera’s. De bewegingen en gelaatsuitdrukkingen
worden vervolgens overgezet naar een digitaal model van
de acteur. Het resultaat is een animatiefilm met digitaal
bewerkte personages die goed lijken op de echte acteurs.
Bovendien kan men door de veelheid aan camera’s in
de montage pas de camerahoeken en –bewegingen
kiezen en programmeren. Ondanks alle vreugdekreten van de
marketingjongens moeten we dit soort film catalogeren
onder de animatiefilms. Het idee dat dit de film van de
toekomst is die de levensechte acteurs in echte decors
zal vervangen is sterk overroepen. Dat dit procédé een
nieuwe standaard voor animatiefilms wordt is wel goed
mogelijk.
Het verhaal zelf dan. Beowulf is een van de oudste
teruggevonden geschriften opgesteld in het Oud-Engels
(rond het jaar 1000) die de heldendaden bezingen van een
Scandinavische held die anno 500 na Christus een aantal
monsters bekampt. Het is een van die oerverhalen die
talloze andere heldendichten hebben geďnspireerd,
waaronder recent nog de mytische wereld van J.R.R.
Tolkien, die zelf een groot bewonderaar van het
Beowulfverhaal was en er een aantal academische tractaten
aan wijdde. Een Zuid-Zweeds koninkrijk krijgt te kampen
met het monster Grendel, dat brutaal een drinkgelag
verstoort. De oude koning Hrothgar doet een oproep aan
helden uit alle windstreken om het monster te doden in
ruil voor de helft van al het goud in het rijk. Na
verloop van tijd arriveert Beowulf op het strand met in
zijn kielzog een aantal getrouwen. Hij aanvaardt de
opdracht en na een list slaagt hij erin Grendel een arm
af te rukken. Het monster strompelt naar zijn veen, om er
te sterven in de armen van zijn moeder. Zij ontsteekt in
een woede die ze op Beowulfs bende afreageert. Hij moet
een tweede keer ten strijde trekken om de nieuwe
bedreiging te bedwingen.
In tegenstelling tot het eeuwenoude verhaal, dat meer een
aaneenschakeling is van los van elkaar staande episodes,
hebben de scenaristen in deze versie verschillende
objecten en personages met elkaar verbonden. Ze hebben
een nieuwe ‘vader’ van Grendel uitgevonden,
ze hebben Grendels moeder getransformeerd tot een wulpse
verleidster en ook de draak op het einde is hier het
resultaat van de copulatie tussen Beowulf en Grendels
moeder. Bovendien hebben ze de personages vermenselijkt,
in die zin dat de protagonist niet bepaald de foutloze
held is die met veel heroďek de boel komt redden. In de
plaats van een reeks heldendaden hebben we hier een
klassiek gestructureerd verhaal in drie akten, dat zich
vooral concentreert op de zwakheden van de personages die
geconfronteerd worden met de gevolgen van hun foute
keuzes. Beowulf is een arrogante, snoeverige spierbal die
op zoek gaat naar roem, eer en onbereikbare vrouwen. Hij
schrikt er zelfs niet voor terug om zijn eigen
heldendaden aan te dikken of zelfs ronduit te liegen over
het feit dat hij Grendels moeder gedood heeft. Beowulf en
zijn kornuiten hebben dan ook weinig hoofs of verheven,
het zijn boertige geilaards die denken snel het varkentje
te kunnen wassen en naar huis te kunnen gaan met de
plaatselijke schonen. Beowulf is dan ook een klassiek
gedoemd personage dat ten onder gaat aan zij eigen
hybris, en pas op het einde tot een catharsis komt. Niet
alleen de helden vermenselijken door het tonen van hun
zwakke kanten, ook de monsters krijgen iets menselijks
mee. Grendel is hier namelijk een misbegrepen verstotene
die zich verweert tegen de muziek en het lawaai dat hem
pijnigt. Ook Grendels moeder is niet zozeer gedreven door
‘pure evil’ maar door wraak en compensatie
voor het verlies van haar zoon. Dat ze zich hiervoor
manifesteert in een menselijke en verleidelijke vorm is
mooi meegenomen. Hoewel puristen moord en branden
schreeuwen over deze nieuwe plotelementen, is het een te
verdedigen keuze. Het alternatief zou een eendimensioneel
aframmelen zijn van een aantal gevechten met monsters,
wat dramatisch toch minder interessant is.
Paradoxaal genoeg conflicteert deze
‘menselijke’ Beowulf met de gebruikte
techniek. Hoewel het scenario materiaal genoeg in huis
heeft voor een pakkend Shakespeariaans drama, komt dit
echter nooit tot zijn volle recht omwille van de
onwerkelijk uitziende personages. De gezichten van de
acteurs zijn wel heel herkenbaar, toch blijven de
bewegingen zeer houterig en de gelaatsuitdrukkingen vrij
leeg. Het is merkwaardig dat de digitale wizards de meest
fantastische werelden en de bizarste creaturen op het
scherm kunnen toveren die haarscherp en hoog gedefinieerd
zijn (kijk maar naar de haren of de stoffen van de
kleren) terwijl de ogen tezelfdertijd zo levensloos
blijven. Het lijkt wel een kruising van Shrek met een
klassieke poppenkast. Op die manier gaat het drama van
deze ernstig opgevatte Beowulf helaas grotendeels
verloren. Bovendien is de film de gevangene van zijn
eigen procédé. Hoewel je de eerste minuten vol
bewondering naar de driedimensionale toverij en de vele
los van elkaar staande beeldlagen zit te kijken, glipt
dit wawgevoel nadien weg. Doorheen de film zijn montage,
camerastandpunten en –bewegingen niet zozeer
ingegeven door dramaturgie dan wel door het najagen van
de 3D-effecten. We zien vaak takken of objecten op de
voorgrond en speren, pijlen of opspringende monsters die
recht op je af lijken te komen, maar de beeldopbouw is zo
overduidelijk daarvoor geconcipieerd dat de film inboet
aan cinematografische kwaliteit. In plaats van de gadgets
en het digitale speelgoed in te passen in een groter
geheel overheerst doorheen deze Beowulf het
attractieparkgevoel.
Toch raden we aan om deze film in de bioscoop te gaan
bekijken. Je krijgt niet vaak de gelegenheid om een film
in dit soort omstandigheden te zien en dat op zich loont
al de moeite. Het verhaal aan de bron is op zich vrij
magertjes, maar de makers hebben toch hun best gedaan om
het aan te dikken met interessante personages. En voor
wie dit alles nog niet volstaat: u krijgt de gelegenheid
om een digitale Angelina Jolie in vol ornaat en 3D te
aanschouwen en aan de Beowulf in u een welgemeende
“jawaddedadde” te ontlokken.
Gert Van Den Berghe ☆☆