IN BRUGES
De toeristische dienst van de stad Brugge had waarschijnlijk een high brow cultureel verantwoord historisch drama in gedachten toen ze hoorden dat een grote Brits-Amerikaanse co-productie zou neerstrijken in het Venetië van het Noorden voor filmopnames. “In Bruges” is – helaas voor hen – een thriller voor het Tarantino-publiek, met een thematiek die je niet snel in postcards terugvindt.
Colin Farell speelt Ray, een huurmoordenaar die na een
mislukte opdracht een tijdje moet onderduiken in Brugge
tot hij nieuwe instructies krijgt. Hij krijgt hierbij het
gezelschap van zijn oudere collega Ken (Brendan Gleeson)
Terwijl die laatste best in zijn nopjes is met de vele
toeristische en cultureel-historische
bezienswaardigheden, ergert Ray zich te pletter aan de
duffe omgeving en het gebrek aan hedendaagse
ontspanningsvormen. Bovendien groeit zijn schuldbesef
over het feit dat hij bij zijn moordopdracht een
onschuldig kind heeft vermoord. Op een van zijn
avondwandelingen belandt hij op een filmset en ontmoet er
de knappe Chloë. Door zijn affaire met haar belandt hij
in een spiraal van geweld, drugs- en wapenhandel. De
poppen gaan aan het dansen, zeker wanneer zijn chef Ralph
Fiennes op het toneel verschijnt.
Het verhaal van “In Bruges” is vergelijkbaar
met vele Britse gangsterfilms van de laatste jaren, genre
“Lock, Stock and Two Smoking Barrels”,
“Snatch” of “Layer Cake”. Dat
betekent dus een ingewikkeld verhaal met vuilbekkende
gangsters, oneliners en zwarte humor. “In
Bruges” gaat echter een andere richting uit. In
plaats van te blijven steken in oppervlakkige coolness
gaat de film zowaar over iets en er steekt zelfs gevoel
in. Jazeker, het is weer grinniken geblazen met van die
typische gangstertirades in onvervalst Brits slang, wat
enkele onweerstaanbare quotes oplevert waarin Brugge en
bij uitbreiding heel België te kakken wordt gezet. Het
aantal keren dat er naar Brugge gerefereerd wordt als
‘fucking shithole’ is niet bij te houden, of
wat te denken van volgende quote: “What's Belgium
famous for? Chocolates and child abuse, and they only
invented the chocolates to get to the kids.”
Maar afgezien van dergelijk verbaal vuurwerk, overheerst
er toch een opvallende sfeer van doem en melancholie. De
manier waarop het Brugse decor gebruikt wordt voor de
evocatie van een vagevuur is zeer inventief en bijzonder
goed geslaagd. Bij momenten lijkt het een tot leven
gekomen schilderij van Jeroen Bosch. De deprimerende
sfeer in beeld én geluid heeft alles te maken met de
gewetenscrisis van Ray, die verteerd wordt door wroeging
en zijn verblijf in de “hel” (Brugge dus) als
bestraffing voor zijn daden ervaart. Dat maakt van
“In Bruges” een van die weinige films waarin
vorm en inhoud op meesterlijke manier samenkomen. Slechts
weinig films weten de gekozen locatie zo trefzeker te
gebruiken, op een manier zoals Wenen gebruikt werd in
“The Third Man” of New York in “The
25th Hour”. Regisseur-scenarist Martin McDonagh
heeft tot nog toe voornamelijk toneelstukken geschreven,
maar etaleert hier een ontegensprekelijk talent om
audiovisueel creatief om te gaan met een genregebonden
verhaal. Ook de acteurs zijn stuk voor stuk prima, en
Ralph Fiennes leeft zich duidelijk met veel plezier uit
in de rol van totaal geschifte misdaadpatron. Ook de
ingetogen muziek van componist Carter Burwell (No Country
For Old Men) is zeker het vermelden waard.
“In Bruges” is dus onverwacht goed, een
hybride film die het midden houdt tussen neonoir en
psychologisch schuld-en-boeteverhaal, met veel bravoure
in beeld gebracht.
Gert Van den Berghe ☆☆☆